2024 Van Loire naar Schelde
2024 Van Loire naar Schelde
Pays de la Loire
0. Bléré
1. Tours
2. Saint-Mathurin
3. Brûlon
4. Écouves
Normandië
5. Orbec
6. Jumièges
7. Martigny (rustdag)
Hauts de France
8. Vironchaux
9. Wimereux
10. Zuydcoote
Vlaanderen
11. Sluis
12. Breskens
Dinsdag 13 augustus: Bléré - Tours (63 km)
Het is negen uur in de ochtend wanneer Nanco en ik uit de bus stappen. De afgelopen nacht heb ik nauwelijks kunnen slapen, met elkaar hooguit een uur. Vanwege de bewolking was van de meteorietenregen ook dit jaar weinig te merken. Thuis heb ik nooit de moeite genomen daarvoor op te blijven, maar met een slapeloze nacht in het vooruitzicht kon ik maar beter van de nood een deugd maken. Om die reden ook ben ik speciaal aan de linkerkant van de bus gaan zitten. Aan de noordoostelijke hemel zouden omstreeks halfvier de vallende sterren namelijk het best te zien zijn. Nadat ook de fietsen uit de bus zijn geladen en weer rijklaar gemaakt, zoeken we eerst een terrasje op in het centrum van Bléré. Met een croissant erbij smaakt de espresso uitstekend.
Ons plan is om vanaf Bléré de Loire af te zakken en vervolgens via onder andere Normandië terug te fietsen naar Nederland. Eerst zetten we echter koers in oostelijke richting, om het nabijgelegen kasteel van Chenonceau te bekijken. Het dal van de Loire is beroemd vanwege de vele kastelen, het ene nog mooier dan het andere. Dat van Chenonceau is wel heel bijzonder, omdat die over de rivier heen gebouwd is. Die rivier is in dit geval de Cher, een zijrivier van de Loire. Na Chenonceau maken we de oversteek naar de Loire, om daar het eveneens beroemde kasteel van Amboise te bewonderen. Bij beide kastelen zijn we duidelijk niet de enige bezoekers.
Na deze min of meer verplichte culturele uitstapjes (immers, wie deze streek heeft bezocht en geen kastelen heeft gezien, is niet echt bij de Loire geweest), beginnen we aan onze eigenlijke fietstocht. Langs de oever van de Loire rijden we afwisselend op asfaltwegen en gravelpaden naar het dertig kilometer verderop gelegen Tours. Het plaatselijke kasteel steekt schril af bij de eerder vandaag bezochte kastelen. Ook voor de rest valt Tours ons wat tegen, met uitzondering dan van de kathedraal en het stadhuis.
Volgens mijn informatie ligt er vlak voorbij Tours een camping. Die blijkt echter toch een stuk verder te liggen dan gedacht. Met toch nog een respectabel aantal kilometers op de teller sluiten we zo de eerste fietsdag af. Veel meer zit er ook niet in, want de vrijwel slapeloze nacht in de fietsbus begint zijn tol te eisen. Het restaurant naast de camping blijkt te zijn volgeboekt, zodat we onze toevlucht moeten nemen tot de snackbar van de camping. Wanneer we even na acht uur in onze tenten kruipen, vallen we beide als een blok in slaap.
Woensdag 14 augustus: Tours – St-Mathurin (104 km)
Vandaag zullen we vrijwel de gehele dag langs de Loire fietsen. Evenals gisteren voert de route ons regelmatig over gravelpaden. Vanwege de vele bomen is de rivier slechts af en toe te zien, maar op die spaarzame momenten toont ze haar schoonheid in volle glorie. Het is een brede rivier met veel zandbanken en eilandjes in het midden, een eldorado voor watervogels. Soms verlaat de route het rivierdal tijdelijk, wat betekent dat er weer wat geklommen moet worden. Op de hoger gelegen gronden treffen we akkers met mais en zelfs wijngaarden aan. Het zijn welkome afwisselingen, want op een gegeven moment wordt het wel wat eentonig.
De enige stad van betekenis is Saumur. Ook daar ligt weer een prachtig kasteel. Bij de plaatselijke Decathlon kopen we een gastankje, onmisbaar voor de koffie ‘s ochtends bij de tent. Tot de camping van Saint-Mathurin is het dan nog zo’n dertig kilometer. Op dit traject verlaat de route andermaal een keer het rivierdal. Nu verkiezen we echter de saaiheid van de weg naast de rivier boven de kuitenbijter die ons ongetwijfeld weer te wachten staat.
Saint-Mathurin is een aardig stadje aan de oever van de hier zo onderhand wel erg brede Loire. Het door ons uitverkozen restaurant ligt aan de overkant van de rivier. Bij aankomst blijkt dat ze door een elektriciteitsstoring zijn getroffen. Als gevolg daarvan is de menukeuze nogal beperkt. Als we ook nog eens te horen krijgen dat het bier niet koud is, maken we rechtsomkeert. Op de terugweg kunnen we vanaf de brug prachtige foto’s maken van de zonsondergang boven de Loire. Op het terras van een crêperie tegenover de kerk genieten we alsnog van een heerlijke maaltijd.
Donderdag 15 augustus: St-Mathurin - Brûlon (78 km)
Na twee dagen rivier zal het vandaag door een totaal ander landschap gaan. Aanvankelijk is het vrij vlak, met aan weerszijden uitgestrekte akkers met uiteenlopende gewassen. Als dit ons de komende dagen nog te wachten staat, dan hadden we net zo goed in Nederland kunnen gaan fietsen. Al gauw dienen zich echter de eerste glooiingen aan en naarmate we verder van de Loire verwijderd raken worden die steeds prominenter. In één van de weinige stadjes onderweg komen we zelfs een kasteel tegen, pal naast het terras waar we even pauzeren. Voor de rest is het toch vooral boerenland. Hoewel het nog geen Normandië is, voldoet het toch wel aardig aan het beeld dat we daarvan hebben. Alleen ontbreken nog de weidedieren, terwijl Normandië toch bekend staat om zijn kazen.
Veel toeristische voorzieningen zijn er evenmin. Desondanks slagen we erin een camping te vinden aan een meertje vlakbij Brûlon. Die wordt vooral bevolkt door Fransen, al zien we ook wel wat kentekens van andere nationaliteiten. De camping wordt gerund door twee broers. Terwijl we voor de inschrijving wachten op de terugkomst van de ene broer, raken we op het terras aan de praat met de andere. Onder meer over de lange wachttijden bij het loket, waar ik zojuist twee ijsjes heb gehaald. Volgens mijn inschatting wordt dat veroorzaakt door het weinig efficiënt werken van het dienstdoend personeel (waaronder zijn wegens haar leeftijd nog niet arbeidsgerechtigde dochter, zo later blijkt). Zelf noemt hij echter als reden dat er slechts één kassa beschikbaar is en dat veel groepen per persoon willen afrekenen in plaats van als groep. Mijn suggestie om in het vervolg daarvoor een toeslag in rekening te brengen neemt hij gretig aan.
Volgens nog steeds diezelfde broer is het enige geopende restaurant in de omgeving van Brûlon dat van de camping. Gezien de te verwachten drukte nemen we zijn advies ter harte om voor vanavond een tafel te reserveren. Voordat we daar aanschuiven neemt Nanco nog een duik in het meertje, te midden van de campingjeugd. Zelf verkies ik daar vanaf een afstand op toe te kijken.
Onze tenten staan vlakbij een kinderspeelplaats. Daar komen we diezelfde campingjeugd nog een keer tegen, vooral dan de wat jongere jeugd. Bij hun spel zwepen ze elkaar behoorlijk op, waardoor het gegil nog lang door mijn oordopjes heen te horen is. Pas wanneer het echt donker is worden ze door hun ouders naar hun tent of caravan gemaand.
Vrijdag 16 augustus: Brûlon – Écouves (90 km)
Het landschap van vandaag lijkt enigszins op dat van de Ardennen, al reiken de hoogste toppen niet hoger dan driehonderd meter. Het is een bosrijk gebied doorsneden door rivieren, waarin het voortdurend op en neer gaat. Op die manier maken we toch nog aardig wat hoogtemeters, vergelijkbaar met de zwaarste ritten die ik afgelopen mei in Spanje heb gemaakt.
Een tijdlang volgen we min of meer de loop van de Sarthe. De route switcht regelmatig van de ene naar de andere oever, wat steevast gepaard gaat met een stevige beklimming om weer uit het rivierdal te kruipen. In dat dal liggen soms leuke stadjes, waar de gezellige terrassen ons uitnodigen om even uit te blazen van de inspanningen. Slechts eenmaal geven we aan de verleiding toe.
In vergelijking met gisteren is de lucht wat meer betrokken. Naarmate de dag vordert begint dat er steeds dreigender uit te zien, maar vooralsnog blijven we gevrijwaard van nattigheid. Het zal de voorbode zijn het slechte weer dat voor morgen verwacht wordt. In verband daarmee is er iets voor te zeggen vandaag wat verder door te rijden, zodat we morgen met minder toe kunnen. Door het toch wel slopende terrein zien we daar bij nader inzien toch maar vanaf en zoeken een camping op iets ten noorden van Alençon. Omdat daar geen restaurant in de buurt is, doen we onderweg de nodige boodschappen voor een zelf te bereiden pastamaaltijd.
Bij aankomst blijkt het een boerderijcamping te zijn. De veestapel bestaat uit louter hobbydieren, zoals geiten, konijnen en kippen. Op meerdere manieren wordt ons erop gewezen dat het verboden is de dieren te voeren. Nu waren we dat ook niet van plan, maar toch goed om te weten. Vanaf onze plek aan de rand van de camping hebben we uitzicht op het omringende landschap. Ondanks de zware wolkenluchten mooi om te zien. Alleen jammer dat het uitzicht nogal beperkt wordt door een metershoge heg. We hebben de tent nog niet opgezet, of het begint zachtjes te regenen. Met tussenpozen houdt dat de rest van de avond aan.
Zaterdag 17 augustus: Écouves – Orbec (81 km)
Volgens de weersverwachting zal het vandaag de slechtste dag van de week worden. Met een miezerige regen pakken we onze spullen bij elkaar. Daarbij komt Nanco tot de ontdekking dat hij zijn bril kwijt is. Zijn vermoeden dat die nog in het opbergvakje van zijn reeds opgerolde tent zit, blijkt juist te zijn. Gelukkig is die nog intact.
In de tussentijd heb ik alvast een droog heenkomen gezocht in de gemeenschapsruimte vooraan de camping. Daar is ook een andere fietser bezig zijn ontbijt klaar te maken. Hij is bezig met een Tour de France, die hem onder andere nog naar de Pyreneeën zal brengen. We ontdekken dat we gisteravond ook hier hadden kunnen koken. De aanwezige waterkoker maakt het romantisch gepruts met het campinggasbrandertje voor deze keer overbodig.
Wanneer we op de fiets stappen regent het nog steeds, al is het niet zodanig dat we daardoor het moment van vertrek zouden willen uitstellen. Met de regenjas aan is het goed te doen. Het eerste deel gaat over een smalle asfaltweg door de bossen met nauwelijks verkeer. Halverwege houdt een oudere mevrouw naast een geparkeerde auto me staande en vraagt me de weg naar een bepaalde plaats in de omgeving. Ze maakt een wat desolate indruk. Tot mijn spijt moet ik haar meedelen dat ik niet van de streek ben en dat ik het antwoord dus schuldig moet blijven. Even later eist ze ook de aandacht op van Nanco, die een honderdtal meters achter me fietst, maar ook die kan haar niet veel wijzer maken.
In vergelijking met gisteren is het landschap opener en zijn er minder heuvels. Slechts af en toe passeren we een stadje, voor de rest is het toch vooral pastorale leegte. Gaandeweg wordt het droger, al blijft de zon de gehele dag achter het grijze wolkendek verborgen. Op een verlaten landweg zien we opeens een vosje zonder veel haast oversteken. Pas als we een paar meter van hem verwijderd zijn duikt die weer de bosjes in.
Om bij de camping te komen moeten we de route verlaten. De kortste route naar Orbec voert langs een lange rechte weg. Erg druk is het er niet, maar de auto’s rijden wel met een flinke vaart langs ons heen. Andermaal blijkt dat uitgezette fietsroutes (in dit geval de Normandië route van Europafietsers) zo hun voordelen hebben.
De camping municipal ligt naast de plaatselijke sportvelden. Op moment van aankomst is er net een voetbalwedstrijd aan de gang. De campingbeheerder is nergens te bekennen, dus we zetten de tent maar ergens neer. Aan het begin van de avond lopen we naar het lager gelegen centrum. Onze wandelroute blijkt een stuk korter, maar ook steiler dan de weg waarlangs we bij de camping gekomen zijn. Orbec blijkt een alleraardigst stadje, met mooie vakwerkhuizen en voldoende restaurants om een verantwoorde keuze voor het avondeten te kunnen maken. Om verzekerd te zijn van een plaats, maken we alvast een reservering voor zeven uur. Tot die tijd drinken we op een ander terras een glas bier.
Zondag 18 augustus: Orbec – Jumièges (88 km)
Onder een nog steeds grauwe hemel gaan we weer op pad. Gelukkig is het wel droog vandaag. Om weer terug op de route te komen kunnen we ditmaal, in tegenstelling tot gisteren, wel gebruik maken van rustige plattelandswegen. Eenmaal op de route volgen we een tijdlang een geasfalteerd fietspad over een voormalige spoorbaan. Dat is nog eens lekker fietsen, vooral ook omdat het geleidelijk naar beneden gaat.
In heel Frankrijk staan monumenten waarin de gevallenen van beide wereldoorlogen worden herdacht. Vooral de Eerste Wereldoorlog heeft in bijna elk dorp wel zijn slachtoffers geëist, ook al lag het front vooral in Noord-Frankrijk. Het bijzondere aan deze streek is dat er ook oorlogsmonumenten voor andere nationaliteiten zijn. Begin juni 1944 landden de geallieerden op de Normandische kusten. Het duurde tot eind augustus voordat ze de Seine bereikten en steden als Parijs en Rouen bevrijdden. In de tussentijd werd er hevig gevochten in dit gebied.
De hogere heuvels hebben we nu wel achter ons gelaten, wat rest is een glooiend overwegend agrarisch landschap. Naast veel groen zijn er ook pittoreske stadjes, met opvallend veel vakwerkhuizen. Tegen het einde krijgen we toch nog weer een beklimming voor onze kiezen, al is het hoogteverschil hooguit honderd meter. Het is de opmaat voor de afdaling naar het dal van de Seine, na de Loire de tweede grote rivier in Frankrijk die we tegenkomen.
Via een veerpont laten we ons overzetten naar de overkant van de rivier. In een megameander ligt daar Jumièges. De door ons uitverkozen camping ligt op een heuvel aan de andere kant van het dorp, andermaal pal naast de plaatselijke sportvelden.
Maandag 19 augustus: Jumièges – Martigny (80 km)
De dag begint in dichte mist. Aanvankelijk denken we dat die wel zal optrekken zodra we het dal van de Seine weer uitgeklommen zijn, maar niets is minder waar. De mist blijkt hardnekkiger dan gedacht. Het beperkte zicht maakt de wereld om ons heen een stuk kleiner en intiemer. Als vanzelf heb je dan meer aandacht voor de dingen die je nog wel kan zien, zoals een paard in een weiland of een spinnenweb vol druppels in het prikkeldraad daarvoor.
Aan het einde van de ochtend trekt de mist weer op en breekt de zon door. Dat verschaft weer een heel ander perspectief op de wereld. Een tijdlang rijden we door het fraaie, maar door toeristen nog niet ontdekte dal van de Saane. Ook zien we eindelijk meer koeien. Met de smaakvolle kazen die van hun melk gemaakt wordt hebben we de afgelopen dagen al kennis kunnen maken.
De dag eindigt vlakbij Dieppe, de havenstad waar de geallieerden in augustus 1942 vergeefs een voet aan wal probeerden te krijgen. Ondanks die mislukking trokken ze daar wel lering uit, waardoor ze twee jaar later wel in hun opzet slaagden.
Op de camping van Martigny zullen we twee nachten blijven. Dat betekent dat we morgen een rustdag hebben. Voor het avondeten zijn we vandaag aangewezen op de snackbar van de camping. Voor het zover is nemen we ter afsluiting van de eerste fietsweek een paar grote glazen Leffe. Naast ons zit een stevige staartmans van ergens in de vijftig. In korte tijd zien we hem al sjekkies rokend drie halve liters bier achterover slaan, af en toe onverstaanbaar in zichzelf mompelend. Hij lijkt opgesloten te zitten in zijn eigen wereld, alleen met een poes heeft hij even contact.
Dinsdag 20 augustus: rustdag Martigny (25km)
Centraal op de camping ligt een visvijver, met rondom een rij stacaravans. Onze tenten staan voor één van die caravans, op een smalle strook gras tussen de vijver en het weggetje met al die caravans. Naast ons staat een Franse jongen die voor de eerste keer op fietsvakantie is. Als ervaren rotten kunnen wij hem wat tips aan de hand doen, zoals dat het eigenlijk niet nodig is om van tevoren campings te reserveren. Door een dag vertraging zijn nu al zijn reserveringen waardeloos geworden. Even verderop staan ook wat andere fietsers, waaronder een gezin met een klein kind. Het doet Nanco denken aan zijn eigen fietsvakanties, toen zijn kinderen nog klein waren.
Er zijn veel vaste bewoners die vooral contact hebben met elkaar. Ons wordt geen blik waardig gekeurd. Daarnaast staan er ook vrij veel Engelsen. Hemelsbreed ligt dat natuurlijk niet zover hier vandaan, er ligt alleen maar een kanaal tussen. Onder de campinggasten bevinden zich nogal wat volkse types. We leiden dat af uit een bepaalde combinatie van lichaamskenmerken en uiterlijk gedrag. Plat gezegd, het aandeel bierbuiken met een peuk in de bek is vrij omvangrijk. Wat dat roken betreft spant een bepaalde vrouw wel de kroon. Zo ongeveer om de andere ademtocht neemt deze nicotinekoningin een stevige trek van haar sigaret, waardoor die in mum van tijd is opgebrand. Maar geen nood, een nieuwe is al snel weer gevonden en aangestoken. Opmerkelijk is ook dat veel mensen met hun auto naar het toiletgebouw gaan. Dat valt ons op tijdens ons ontbijt, dat we vanwege de regen noodgedwongen onder de overkapping van de tegenover het toiletgebouw liggende speelhal naar binnen werken. Vooruit, het regent, vooruit, het is misschien voor sommigen wat ver lopen, maar om dan maar met je auto naar het toilet te rijden? De paraplu, notabene een Frans woord, is toch niet voor niets uitgevonden? En wat is er mis met een korte wandeling?
Vanwege de regen vertrekken we pas aan het begin van de middag naar het tien kilometer verderop gelegen Dieppe. Intussen hebben we dan ook al geluncht onder het afdakje. Het verklaart ook de nogal uitgebreide beschrijving van de camping en haar gasten in de vorige alinea’s. Als je daar een hele ochtend tegen aan zit te kijken, dan gaat dat toch in je hoofd zitten. We zijn nog geen tien minuten onderweg of het begint weer te regenen. Gelukkig hebben we de regenjassen meegenomen. Via een geasfalteerd fietspad geraken we zo tot in het centrum van Dieppe.
Aan de jachthaven liggen tal van restaurants. De haven zelf ligt vol met pleziervaartuigen. Van de kleinere kun je je afvragen of die wel zeewaardig zijn. Omdat het nog steeds regent, gaan we bij één van de restaurants naar binnen voor een kop koffie. Dat valt nog niet mee, want bij de ene is de gerant nogal onvriendelijk en de ander sluit net de deuren omdat de lunchtijd op zijn einde loopt.
Wanneer de regen eindelijk lijkt te zijn opgehouden, beginnen we aan de bezichtiging van de rest van de stad. Aan de boulevard is het één grote kermis, met draaimolens en andere vormen van vertier. Maar daar komen we niet voor, het is ons om de krijtrotsen te doen even verderop. We rijden net zo lang door tot we niet verder kunnen, om er maar zo dicht mogelijk bij te komen. Vanaf het strand is het zicht erop adembenemend. De krijtrotsen van Dover zijn dan wel wereldberoemd, maar de daaraan spiegelbeeldige rotsen aan deze kant van het Kanaal doen daar echt niet voor onder.
Omdat we geen zin hebben om te wachten met het avondeten tot de restaurants weer opengaan, besluiten we weer terug te rijden naar de camping. Daar zullen we onze noodmaaltijd aanspreken, want die zeulen we anders toch maar nodeloos met ons mee. We zijn dan bovendien nog op tijd om bij de receptie nog een glas Leffe te drinken.
Terug op de camping zien we de vertrouwde gezichten (met daarin vaak een sigaret gestoken) weer langslopen. Of langsrijden, want ondanks dat het niet meer regent blijft dat voor bepaalde mensen toch de voorkeur houden. De noodmaaltijd (een gedroogd rijstgerecht, aangevuld met kokend water) is in mum van tijd klaar en weer naar binnen gewerkt.
Woensdag 21 augustus: Martigny – Vironchaux (94+12 km)
Vanaf vandaag zullen we voornamelijk nog langs de kust blijven fietsen, al zal de zee zelf slechts incidenteel te zien zijn. Om toch nog iets daarvan mee te pakken, wijken we in het begin bewust af van de route. Dat brengt ons op een strand een kilometer of tien ten noordoosten van Dieppe. Ook hier weer van die prachtige krijtrotsen, mooier nog dan bij Dieppe gisteren.
Daarna duiken we weer het binnenland in, terug naar de vertrouwde opeenvolging van heuvels, bossen, weilanden en akkers. Met de zon erbij ziet het er alweer mooier uit dan de afgelopen dagen. Nabij de Somme (ook al zo’n naam die herinneringen oproept aan de Eerste Wereldoorlog) wordt het zo goed als vlak. Het land ligt hier rond de zeespiegel, ook wat dat betreft lijkt het dus op Nederland. Qua bevolkingsdichtheid lijkt het daar echter totaal niet op. Slechts sporadisch komen we dorpen tegen, in de meeste daarvan is geen droog brood te krijgen. Brood hebben we echter zelf nog wel bij ons.
Omdat er bij de door ons uitverkozen camping maar liefst twee restaurants in de buurt zijn, hebben we de rest van onze etensvoorraad niet weer aangevuld. Bij aankomst op de camping blijken beide restaurants vandaag te zijn gesloten. Aangezien er ook geen kampwinkel aanwezig is, zijn we gedwongen naar een zes kilometer verderop gelegen dorp te rijden voor de enige supermarkt in de omgeving. Dit is nou typisch zo’n geval waarvoor we een noodmaaltijd bij ons hadden. Maar ja, laten we die gisteren nou net verbruikt hebben. Ik offer me op om die twaalf kilometer extra te rijden, onder voorwaarde dat Nanco de rest van de huishoudelijke taken voor vanavond op zich neemt. Een uur later ben ik weer terug, met een tas vol boodschappen en een prachtige foto van een veld met strobalen in het avondlicht.
Donderdag 22 augustus: Vironchaux – Wimereux (77 km)
Met de wind schuin van achteren schiet het vandaag lekker op. Het landschap is min of meer een voortzetting van dat van gisteren. Landelijk, rustig en licht glooiend.
De hele week al zijn ons een in strakke rijen neergelegde landbouwgewas opgevallen. Waarschijnlijk een bepaald soort graan, ongeveer een meter lang en met de bolvormige aren er nog aan. Onderhand willen we wel eens weten wat het is en daarom besluit ik tot een veldonderzoek. Ik parkeer mijn fiets in de berm en loop een akker op. Ik vermoed dat het vlas is, maar ben niet helemaal zeker. Een vergelijking met foto’s op het internet bevestigt dat vermoeden echter. Daar lees ik ook dat er twee soorten vlas zijn, namelijk vlas dat gebruikt voor het maken van linnen (vezelvlas) en vlas dat gebruikt voor het maken van lijnzaadolie (olievlas). Hier in Noord-Frankrijk hebben we te maken met vezelvlas.
Het laatste stuk naar Boulogne-sur-Mer gaat, hoe kan het ook anders met zo’n plaatsnaam, weer terug naar de kust. Dat betekent dat de wind die tot dusverre zo goed met ons heeft meegewerkt zich nu tegen ons keert, zelfs met verhevigde kracht. Daarbij komt dat de route ons door tal van kustplaatsen voert, wat het er niet leuker op maakt. Boulogne-sur-Mer blijkt een vrij grote en vooral drukke stad te zijn. Het duurt dan ook even voordat we bij het centrum aangekomen zijn. Aanvankelijk kan het ons niet bekoren, maar wanneer we de ommuurde bovenstad hebben bereikt wordt het toch nog interessant. Dokkerend over de kasseien en te midden van het flanerend publiek lopen we daar met de fiets aan de hand wat rond. Op één van de vele terrasjes nemen we plaats om de boel nog beter op ons in te laten werken.
De camping ligt vijf kilometer verderop in Wimereux, pal aan de kust. De wind lijkt in kracht alleen maar te zijn toegenomen, we worden er als het ware heen geblazen. Met die wind is het wel een uitdaging om de tent op te zetten, maar uiteindelijk lukt dat wel.
Aan het einde van de middag lopen we naar de boulevard. Ondanks de harde wind zijn er nog best veel mensen op de been. De rode vlaggen geven aan dat het niet verantwoord is nu het water in te gaan. Overigens zijn er ook geen mensen die daartoe aanstalten maken. Daarvoor is het te fris. Wel zijn er een aantal windsurfers actief op het water. Kennelijk is het voor hen niet te gevaarlijk. Of ze trekken zich daar gewoon niets van aan. Ons voornemen om aan de Franse kust mosselen te gaan eten wordt ingelost in één van de aanwezige restaurants. Binnen is het lekker warm, na verloop van tijd zelfs te warm. Die overtollige warmte raken we wel weer kwijt tijdens onze wandeling terug naar de camping.
Vrijdag 23 augustus: Wimereux – Zuydcoote (105 km)
Bij het opstaan zie ik een man aandachtig stilstaan bij een caravan vlakbij ons. Even later voegt een andere man zich bij hem en wijst daarbij naar de caravan. Zou die misschien beschadigd zijn geraakt door de storm? Even verderop kijkt een groep mensen zwijgend in hun richting. Nu worden ook wij nieuwsgierig. Nanco loopt er naar toe om poolshoogte te nemen. Het blijkt dat al die mensen staan te wachten op de komst van de bakker, die zich elk moment op de camping kan komen melden.
Tussen Boulogne-sur-Mer en Calais ligt de vermaarde Opaalkust, met zijn prachtige krijtrotsen en idyllische stranden. De bekendste daarvan zijn de Cap Gris Nez en de Cap Blanc Nez. Vanwege de regen en het daardoor slechte zicht laten we de eerste aan ons voorbijgaan. De omweg naar de kust is het gezien de weersomstandigheden niet waard. Wel hebben we te maken met de heuvelrug in het verlengde ervan, want feitelijk is die Cap Gris Nez de in zee eindigende uitloper van die heuvelrug.
Ook bij de Cap Blanc Nez ligt er zo’n heuvelrug. Inmiddels is het weer opgeklaard, wat het uitzicht ten goede komt. Terugkijkend zien we de Cap Gris Nez alsnog in de verte liggen. Daarna dalen we af naar het strand om daar van dichtbij zijn witte evenknie te bekijken. Door de harde wind worden we er haast gezandstraald. Met aan de ene kant de bulderende zee en aan de andere kant een hoog oplopende bergwand voel je je als mens behoorlijk nietig. Al met al een indrukwekkende ervaring en wat mij betreft één van de hoogtepunten van deze fietstocht.
Na een koffiestop vervolgen we onze tocht langs de kust. Het lijkt wel of het vandaag nog weer harder waait dan gisteren. De weerapp heeft het over zuidwest zes. Vanaf Calais hebben we die pal in de rug, wat betekent dat we behoorlijk wat snelheid kunnen maken. Alleen rondom de stedelijke agglomeratie van Duinkerken lukt dat even niet.
Tussen Calais en Duinkerken komen we op verschillende plaatsen asielzoekers tegen. In Calais zit een groep mannen uit te rusten op een braak liggend stuk grond vlak naast de spoorlijn. Eén van hen is zo vriendelijk ons uit te leggen waar we het spoor over kunnen steken. Mijn gedachten gaan uit naar hoeveel van deze vaak nog jonge mannen Engeland zullen bereiken. Te vaak is in het nieuws dat er hier voor de kust weer een bootje met vluchtelingen is vergaan.
Het nauw van Calais vormt de overgang tussen het Kanaal en de Noordzee. Langzamerhand begint het kustgebied ook steeds meer op de Nederlandse en Belgische kust te lijken, met duinen en kleine badplaatsen. We eindigen de dag in zo’n badplaats, in Zuydcoote om precies te zijn, op steenworp afstand van de Belgische grens.
Zuydcoote is feitelijk een Franse verbastering van het Vlaamse Zuidkote. In dit deel van Frankrijk wordt van oudsher een Vlaams dialect gesproken (het zogenaamde Frans-Vlaams), al zijn er weinig mensen meer die het als moedertaal gebruiken. Wel wordt het nog op scholen onderwezen als tweede taal en heeft het daarmee dezelfde status als Duits en Engels gekregen. Die Vlaamse invloed zie je nog in veel plaatsnamen terug, zij het in verbasterde vorm. Zo zijn we eerder vandaag langs Gravelines gereden, afgeleid van Grevelingen. En het Franse Dunkerque lijkt toch verdacht veel op Duinkerken.
Zaterdag 24 augustus: Zuydcoote – Sluis (88 km)
Al na vijf kilometer passeren we de Frans-Belgische grens. Wat volgt is een onafgebroken reeks hotels, met aan de andere kant van de boulevard een eveneens onafgebroken reeks strandhuisjes. Ondanks het miezerige weer wemelt het overal van de flanerende toeristen. Tot aan Knokke nabij de Nederlandse grens zal dit zo door blijven gaan, slechts onderbroken door de havens van Oostende en Zeebrugge. Zover laten we het echter niet komen, want bij Nieuwpoort keren we het massatoerisme weer de rug toe. Vergeefs zoeken we daar nog naar een monument dat herinnert aan een zeeslag die hier ruim vierhonderd jaar geleden voor de kust werd uitgevochten, maar waarschijnlijk hebben we de juiste (af)slag gemist.
Het contrast tussen de drukke kuststrook en het verstilde achterland is enorm. Omdat we min of meer parallel aan de kust blijven rijden, is de skyline van de kuststrook nog wel lange tijd waarneembaar. We rijden de rest van de dag vrijwel alleen nog maar langs kanalen. Met nog steeds een stevige rugwind is het goed jagen op de jaagpaden.
Op den duur is dat echter wel wat eentonig. De schaarse hoogtepunten zijn de spaarzame bochten in het kanaal en één keer zelfs wisselen we het ene kanaal af voor het andere. Een tussentijds bezoek aan het centrum van Brugge is daarom een welkome afwisseling. Daar kun je haast over de hoofden lopen, vooral rondom de Grote Markt. Brugge is één van de steden die zwelgen onder het massatoerisme, net zoals bijvoorbeeld Venetië en Amsterdam.
Aanvankelijk waren we van plan in Brugge te overnachten, maar gezien de drukte zien we daar toch maar vanaf. Bovendien hebben we nog maar zeventig kilometer op de teller staan. Via de Damse Vaart rijden we uiteindelijk bij Sluis Nederland binnen. België is toch naar een klein landje, in een dag fiets je er doorheen.
Sluis telt nog geen vijfentwintigduizend inwoners, maar volgens de campingbeheerder zijn er maar liefst veertig restaurants. Kennelijk komen mensen uit de wijde omtrek daarop af, waaronder waarschijnlijk veel Belgen. Hij adviseert ons een paar in de buurt van het Belfort, het episch centrum van het stadje wat betreft het uitgaansleven. In de regen lopen we er aan het begin van de avond naar toe. Helaas blijken de restaurants aldaar volgeboekt of te duur. Een paar honderd meter verderop kunnen we echter aanschuiven in een matig bezet restaurant met een gunstiger prijs/kwaliteit verhouding.
Zondag 25 augustus: Sluis – Breskens (24 km)
Bij het uitrijden van Sluis hebben we de keuze tussen de brede weg die ons rechtstreeks naar Breskens voert of de langere smalle weg via de duinen. Met onze calvinistische opvoeding kiezen we uiteraard voor de smalle weg. Maar ook zonder dat is die weg verre te verkiezen boven het fietspad naast de N675.
Bij het Zwin op de grens met België bereiken we weer de kust. Het Zwin is een zogenaamde slufter, een inham in de verder gesloten kustlijn, waar de werking van eb en vloed vrij spel heeft. Het heeft de status van beschermd natuurgebied vanwege de vele hier foeragerende watervogels. In de Middeleeuwen verbond het Zwin de stad Brugge met de zee, waardoor die stad kon uitgroeien tot een belangrijk handelscentrum. Door verzanding kwam daar echter een einde aan, waardoor uiteindelijk Antwerpen die rol overnam.
Vanaf het Zwin volgen we een prachtig fietspad door de duinen, met voortdurend uitzicht op de Westerschelde en de daarin voorbij varende vrachtschepen. Evenals delen van de route die we eerder in Frankrijk en België hebben gereden, maakt dit fietspad onderdeel uit van de Eurovelo 12, de North Sea Cycle Route (voor wat betreft het Nederlandse deel ook wel bekend als de LF Kustroute).
Bij aankomst in Breskens zien we net de veerboot naar Vlissingen aan de overkant van de Westerschelde wegvaren. De eerstvolgende vertrekt pas over een uur. De tussentijd gebruiken we om in alle rust een kaartje te kopen en koffie te drinken bij het fietsenverhuurbedrijf naast het havengebouw. Ten behoeve van de wachtende passagiers hebben ze daar een speciaal hoekje ingericht. Een uur later nemen we alsnog de veerboot naar Vlissingen, om daar vervolgens op de trein naar huis te stappen.