2020 Heen en weer
2020 Heen en weer
Oostwaarts
0. Eindhoven
1. Wesel
2. Hamm
3. Paderborn
4. Trendelburg
Tussen oost en west
5. Wahlhausen
6. Creuzburg
7. Breitenbach
Westwaarts
8. Caldern
9. Mittelhof
10. Heppenberg
11. Roermond
Meestal weten we in winter al waar we het komende jaar zullen gaan fietsen. Dit jaar was dat niet anders. Het zou Spanje worden, en wel van Sevilla naar Barcelona. Na het vroegtijdig afbreken van mijn fietstocht in Zuid-Spanje enkele jaren terug stond die tocht met stip bovenaan mijn verlanglijstje. In verband met de verwachte hitte in de zomermaanden viel de keuze op de maand mei. Half januari hadden we de vliegtickets al geboekt en een paar weken later lag er een gedetailleerd schema met waar we wanneer zouden overnachten. We hadden zelfs al hotelreserveringen gemaakt voor de eerste dagen. Campings zijn in Spanje namelijk niet breed gezaaid. Van corona was nog geen sprake, althans niet in Europa. Er kwamen weliswaar verontrustende berichten uit China, maar ach, dat was ver weg. Hier zou het toch niet zo’n vaart lopen, de alarmerend waarschuwingen van de Wereld Gezondheid Organisatie ten spijt.
In de loop van februari veranderde dat beeld dramatisch, toen ook Italië te kampen kreeg met een serieuze virusuitbraak. Niet veel later was de rest van Europa aan de beurt. Het ene land na het andere kondigde een lock down af en sloot de grenzen. Half maart ging ook Nederland op slot. Net op dat moment verbleef Nanco in Zuid-Italië, voor een cursus Italiaans. Als gevolg van de opgelegde reisbeperkingen werd zijn terugvlucht geannuleerd. Omdat er ook niet direct een andere vlucht geregeld kon worden, was hij gedwongen bijna een week langer in Italië te verblijven.
Ook Spanje bleef niet gespaard. Met de week werd het onzekerder of onze geplande fietsvakantie wel door kon gaan. Zolang Transavia de vliegreis niet zou annuleren, hielden we echter nog een slag om de arm. Als we zelf zouden besluiten niet te gaan, dan zouden we namelijk kunnen fluiten naar ons geld. Pas eind april kregen we het bericht dat zowel de heen- als terugvlucht waren geannuleerd. Wel kregen we een voucher waarmee we binnen een jaar een andere vlucht konden boeken. Misschien dat we onze geplande fietstocht alsnog in het najaar zouden kunnen maken, tenminste als de omstandigheden het zouden toelaten. Of anders maar volgend voorjaar.
Tijd voor plan B. Omdat we voor de heen- en terugreis niet afhankelijk wilden zijn van het openbaar vervoer, moest het naar een gebied zijn waar we in een dag met de auto naar toe konden rijden. Vanaf dat punt zouden we dan een rondje kunnen rijden. Weliswaar hadden we na de “Boog met tegenwind” ([1]) definitief afgerekend met het rijden van rondjes, maar in dit geval noopten de omstandigheden ons tot een minder rechtlijnige opstelling. Op de website van cyclingeuropa.nl vond ik een route van Paul Benjaminse in Midden-Europa. Dat leende zich goed voor het uitstippelen van rondjes in Oostenrijk en Slovenië. Mijn voorstel om vanuit Salzburg heen en weer te rijden naar Ljubljana (terug uiteraard via een andere route dan heen) kon op instemming van Nanco rekenen. Oostenrijk had evenals Duitsland het coronavirus redelijk onder controle kunnen houden, dus daar hadden we wel vertrouwen in. Slovenië was wel een vraagteken, maar we zouden ter plaatse altijd nog kunnen besluiten de route wat te verleggen, om zo in Oostenrijk te kunnen blijven. We kwamen overeen de tocht eind juli / begin augustus te maken. Oorspronkelijk zou ik dan in Rusland zijn, maar die vakantie ging ook al niet door. Voorwaardelijk was wel dat de reisbeperkingen in Europa zouden worden opgeheven. Half juni gingen Duitsland (waar we met de auto doorheen moesten rijden) en Oostenrijk weer open. Slovenië liet iets langer op zich wachten, maar begin juli was dat ook zo ver. Met een camping in Salzburg had ik geregeld dat de auto daar twee weken kon blijven staan. Niets kon onze fietsvakantie nog in de weg staan.
Niets? Dat was buiten het weer gerekend. In de weken voorafgaand aan ons vertrek waren de weersvooruitzichten ronduit slecht voor Oostenrijk. Dagenlang veel regen, vooral in de eerste week dat we er zouden zijn. Aanvankelijk dachten we dat het wel bij zou trekken naarmate we dichter bij de vertrekdatum zouden komen en de weersvooruitzichten steeds betrouwbaar zouden worden. Die bleven echter redelijk consistent wat betreft de regen, al varieerde dat tussen veel en heel veel. Op de woensdag voordat we zouden vertrekken hakten we de knoop door. Een of twee dagen regen was nog op te brengen, maar dagen achtereen was niet leuk meer. Ook plan B kon daarmee de prullenbak in.
Voor de derde keer moesten we ons bezinnen op de vraag: “Waar zullen we dit jaar eens gaan fietsen?”. De rest van mijn vrije woensdag ging op aan het bestuderen en uitwerken van diverse varianten. Raadpleging van de weerkaart van Europa leerde dat in Frankrijk de kans op mooi weer het grootst was. Na euvel beraad viel de keuze op een rondje in Normandië en Bretagne. Op de website van europafietsers.nl vond ik een fietsroute die we zouden kunnen gebruiken. Nanco wist zelfs een routeboekje op de kop te tikken: “Tussen Ansjovis en Anjou”. Een routenaam waarvan het water je toch in je mond komt staan. Het reisplan zou hetzelfde als bij plan B: Nanco zou zaterdagavond bij mij komen en zondagmorgen zouden we dan vertrekken met de auto. De reservering van de camping in Salzburg werd ingewisseld voor die bij een camping in de buurt van Alençon, in het departement Mayenne.
Op vrijdagmiddag had ik mijn fietsspullen al bij elkaar gezocht en in de fietstassen gedaan. Ook de auto was reisklaar (wassen, stofzuigen, banden controleren, benzinetank vol), zodat ik het zaterdag rustig aan kon doen. Toen ik zaterdagmorgen op mijn gemak de krant zat te lezen ging opeens de telefoon. Nanco. Of ik zijn app van eerder die ochtend al had gelezen. Nee dus. Hij had mij een krantenbericht gestuurd waarin de Franse minister van Binnenlandse Zaken nadrukkelijk de mogelijkheid openhield om, gezien het toenemend aantal besmettingen, regionale lock downs af te kondigen. Normandië en Bretagne behoorden tot de gebieden waar het virus de kop weer opstak. Het departement Mayenne werd daarbij met name genoemd. Mede gezien zijn eerdere ervaring in Italië zag hij het bij nader inzien toch niet zitten om naar Frankrijk af te reizen. Daar ging plan C.
Wat nu? De fietsvakantie dan maar helemaal afgeblazen? Dat was ook zoiets, ik had me er wel op verheugd en de komende twee weken zou ik sowieso vrij zijn. Het voorstel van Nanco om in Nederland te gaan fietsen zag ik niet zitten. In juni had ik dat ook al gedaan, noodgedwongen, want eigenlijk wilde ik toen naar de Ardennen of de Eifel. Ook toen echter gooide het weer al roet in het eten. Een fietstocht vanuit Nederland naar één van de ons omringende landen en vervolgens weer terug had daarom mijn voorkeur. Omdat ook uit België onheilspellende berichten kwamen over de verspreiding van het coronavirus, viel de keuze op Duitsland. We zouden elk vanuit huis vertrekken en elkaar dan dinsdagavond ontmoeten op een camping in de omgeving van Hamm. Via de Praagroute van europafietsers.nl zouden we vervolgens verder naar het oosten rijden, om daarna via een iets zuidelijker gelegen route (de D4, een Duitse fietsroute) weer terug te gaan. Plan D was geboren. En nu maar hopen dat dit plan wel levensvatbaar was. Veel tijd om nog weer iets anders te bedenken was er ook niet meer, want morgenochtend zou Nanco al moeten vertrekken. Voor mezelf had ik besloten zondag nog thuis te blijven, want door alle hectiek was er weinig terecht gekomen van mijn voorgenomen rustdag. Die zou ik nu morgen nemen.
---------
([1]) Een nog in de vorige eeuw gemaakte fietstocht, waarbij van ons plan om vanuit Nederland in een rechte lijn naar Berlijn te fietsen niets terecht kwam, omdat we na elke twee dagen de koers weer verlegden en uiteindelijk zo in Koblenz uit kwamen. Voor straf kregen we te kampen met een voortdurende tegenwind, die bij elke koersverandering met ons meedraaide.
Maandag 27 juli: Eindhoven - Wesel (125 km)
Vanwege de regen stel ik mijn vertrek uit tot een uur of tien. Dan zou het volgens de buienradar weer droog moeten zijn, hoewel er later op de dag ook nog wel buien worden verwacht. Als het goed is zal dat echter steeds minder worden naarmate de dag vordert en ik verder naar het oosten trek. Hoewel het om tien uur nog niet helemaal droog is, besluit ik toch maar op pad te gaan. Gezien de afstand die ik wil rijden zal ik ongeveer acht uur onderweg zijn. Wil ik nog enigszins bijtijds aankomen vanmiddag, dan moet ik nu toch echt weg. Vanuit het geopende raam zwaait Irina mij uit. Ik ben de hoek nog niet om of ik trek mijn regenjas alweer uit. Met dat lichte gespetter heeft dat weinig zin. Even later wordt het zelfs helemaal droog.
Vanaf Best volg ik het Wilhelminakanaal in oostelijke richting, tot aan de Zuid-Willemsvaart vlakbij Helmond. Vanaf daar rijd ik dwars door het door corona zo zwaar getroffen gebied in Oost-Brabant. Het is of de met routeyou.com uitgezette route daar speciaal rekening mee heeft gehouden, want zorgvuldig worden de meeste steden en dorpen vermeden. De route voert mij ook over tal van onverharde wegen. Dat is geen verrassing, want dat heb ik gisteren zelf als parameter meegegeven op de website. Ik ging er daarbij echter vanuit dat die allemaal wel fietsbaar zouden zijn. Dat blijkt dus niet helemaal te kloppen. In de buurt van Bakel wordt ik een bos met mulle zandpaden ingestuurd, en dat kilometers lang. Het gevolg is dat ik voortdurend wegzak in het zand en absoluut geen snelheid meer kan maken. Op sommige plaatsen moet ik zelfs afstappen. Omdat de toplaag nog nat is van de regen, komt mijn fiets onder de modder te zitten. En dat nadat ik hem vorige week net helemaal schoongemaakt heb. Wanneer ik het bos weer verlaat, offer ik een volle bidon op om de ketting en de tandwielen weer van het ergste vuil te ontdoen. Ook Venray wordt keurig gemeden, maar omdat ik wel zin heb in een kop koffie zoek ik toch maar het centrum op. Bovendien wil ik wel eens wat anders zien dan door bomen omzoomde landwegen en eindeloze landerijen.
Tot aan de Maas is het daarna niet ver meer. Met de veerpont bij Blitterswijck laat ik me overzetten en luttele kilometers verderop rijd ik Duitsland al binnen. Als wachttorens staan net over de grens een rij windmolens opgesteld. Welkom in Duitsland, waar ze de energietransitie heel wat voortvarender aanpakken dan in het altijd maar weer polderende Nederland. Hoewel ‘nimby’ (‘not in my backyard’) een Engelse uitdrukking is, zou die in Nederland bedacht kunnen zijn. Na de windmolens volgt een vrijwel vlak landschap met daarin opvallend veel tuinbouwbedrijven. Een groot aantal daarvan is gespecialiseerd in het kweken van heideplantjes. Met duizenden tegelijk staan ze in strakke rijen opgesteld, op gezette afstanden onderbroken door betonnen paadjes waar de sproeimachines met hun tientallen meters brede sproeiarmen over heen kunnen rijden. Daarna wordt het landschap gevarieerder, met meer bos en lichte glooiingen. Langzaam krijg ik het gevoel dat ik in het buitenland ben aangekomen.
Oorspronkelijk was ik van plan vandaag naar Xanten te fietsen. Xanten is een leuke stad die ik in het verleden al meerdere malen bezocht heb. Toen ik gistermiddag het telefoonnummer van de veerdienst belde, werd me verteld dat de veerpont tijdelijk uit de vaart was genomen in verband met corona. Als alternatief werd me de brug bij Wezel geadviseerd. In verband daarmee besloot ik van mijn voorgenomen bezoek aan Xanten af te zien en de koers te verleggen naar Wezel. Aan het einde van de middag zie ik vanaf de Rijndijk de enorme tuibrug al van verre liggen. Nadat ik die ben overgestoken duurt het niet lang meer voordat ik aankom op de camping, iets ten oosten van de stad.
Overigens is de betiteling camping wat overdreven. Het blijkt een grasveld te zijn bij de plaatselijk kanoclub. Ook met deze kanoclub heb ik gistermiddag gebeld, om er zeker van te zijn dat ik hier inderdaad kan overnachten. En zo ja, of ik dan ook gebruik kan maken van het toiletgebouw. In deze tijden van corona is dat namelijk geen vanzelfsprekendheid. Beide vragen werden bevestigend beantwoord, waarna het telefoongesprek werd afgesloten met een hartelijk “Bis Morgen!”. Wanneer ik me meld bij het huis naast de kanoclub blijkt er niemand aanwezig te zijn. Even verderop zijn een paar mensen met kano’s in de weer. Ze zeggen niets met de camping te maken te hebben, maar leggen me wel uit waar ik mijn tent kan opzetten. Het grasveld is nog leeg en dat zal die de rest van de dag blijven. Ook de campingbeheerder krijg ik vandaag niet meer te zien.
Vlak in de buurt blijkt een Italiaans restaurant te zijn. Dat bespaart me weer een ritje naar het centrum van Wezel. Ik heb vandaag wel genoeg gefietst, en morgen zal het ook weer een lange dag worden. Eenmaal terug op de camping is het al bijna donker. De camping ligt er stil en verlaten bij. Alleen het geluid van de snelweg een eind verderop is te horen. Om zo helemaal alleen op een camping te staan voelt als vrij kamperen. Door het ontbreken van sociale controle zou je je daardoor wat onveilig, of op zijn minst wat ongemakkelijk kunnen voelen. Ik heb daar gelukkig weinig last van. Nadat ik de tent en mijn slaapzak heb dichtgeritst val ik als een blok in slaap.
Dinsdag 28 juli: Wezel – Hamm (124 km)
Op het moment dat ik de laatste voorbereidingen tref om te vertrekken rijdt er een auto het grasveld op. Het is de campingbeheerster. Omstandig legt ze me uit dat ze gisteren niet aanwezig kon zijn wegens privézaken, maar nu komt ze toch het plaatsgeld ophalen. Ik overhandig haar een briefje van tien. Als ik haar was geweest, dan was ik voor zo’n luttel bedrag niet helemaal naar de camping komen rijden.
Vandaag zal ik de hele dag min of meer de Lippe volgen. Deze rivier ontspringt ergens in de heuvels ten oosten van Paderborn en mondt bij Wezel uit in de Rijn, op een steenworp afstand van de camping. Van de rivier zie ik overigens niet veel. Wel rijd ik veelvuldig langs de kanalen, die hier ooit ten behoeve van de scheepvaart zijn aangelegd. Ook nu nog is het een komen en gaan van vrachtschepen. De nabijheid van het Ruhrgebied is ook goed merkbaar aan de op veel plaatsen aanwezige industriële bebouwing, soms dichtbij, maar meestal op enige afstand aan de horizon. De silhouetten van koeltorens, hoogspanningsmasten en schoorsteenpijpen steken er op diverse plaatsen pontificaal bovenuit. Het is des te opmerkelijker dat de route toch grotendeels over rustige wegen voert, ver van de drukte en het lawaai. Vooral de autovrije jaagpaden langs de kanalen zijn een genot om te fietsen, ook al zijn die meestal niet geasfalteerd. Af en toe kom ik de Lippe weer even tegen, zoals bij een aquaduct, waar die onder een kanaal doorloopt.
De camping waar ik Nanco vandaag zal ontmoeten ligt ruim tien kilometer ten oosten van Hamm. Wanneer ik aan het einde van de middag het jaagpad langs het kanaal verlaat, kom ik ineens midden in de avondspits terecht. Gelukkig is het dan nog maar een paar kilometer. Bij de camping zit Nanco al op het terras naast de receptie op me te wachten. Nog maar net trouwens, hooguit een kwartier, alsof we het zo afgesproken hebben. In eerste instantie zie ik hem overigens helemaal niet, maar gelukkig ziet hij mij wel. Binnen enkele minuten staan er twee halve liters met dat heerlijke Duitse bier voor ons op tafel. We brengen elkaar op de hoogte van de afgelopen dagen. Drie dagen geleden is Nanco van huis vertrokken en is vandaar min of meer in een rechte lijn hier naartoe gereden. Vanmorgen heeft hij Josée en Hidde nog ontmoet in Münster. Toevallig waren die daar ook net. Via Strava vernamen ze dat van elkaar en daarna was de afspraak snel gemaakt.
De camping ligt aan de Lippe, als we zouden willen zouden we er wel even in kunnen zwemmen. We prefereren echter de warme douches in het waslokaal. Aan de overkant van de rivier, op enkele honderden meters afstand, staan een paar enorme koeltorens. Zo van dichtbij heb ik ze vandaag nog niet gezien. De camping blijkt ook pal naast een drukke snelweg te liggen. Ondanks de geluidsschermen is het verkeerslawaai nadrukkelijk aanwezig. Dat wordt oordopjes in vannacht. In het tegenover de camping gelegen wegrestaurant scoren we de eerste schnitzel van deze fietsvakantie. Veel keus hebben we ook niet, maar zo’n eerste keer na lange tijd is altijd wel weer lekker.
Woensdag 29 juli: Hamm - Paderborn (78 km)
Ondanks het nooit tot rust komende verkeer heb ik afgelopen nacht nog redelijk kunnen slapen. Wanneer ik even na zevenen mijn oordopjes uitdoe neemt het geluidsvolume ineens toe met een factor tien. Je zal hier maar een paar weken moeten staan, dan wordt je toch helemaal horendol.
Via dezelfde drukke weg waarlangs ik gisteren gekomen ben rijden we weer terug naar het kanaal. Het jaagpad ligt er nog even sereen bij als gisteren. Even later zien we die enorme koeltorens weer, maar nu van de andere kant. We zijn er min of meer in een halve cirkel omheen gereden. Het punt waarop de koeltorens definitief uit zicht verdwijnen markeert tevens het einde van het Ruhrgebied. Het landschap wordt er een stuk mooier op, bosrijker ook, al is het grondgebruik nog wel overwegend agrarisch. Bijzonder mooi zijn de stukken langs de Lippe. Die is in tegenstelling tot gisteren wat vaker te zien.
Halverwege houden we een koffiepauze in het eveneens aan de Lippe gelegen Lippstadt. Het blijkt een alleraardigst stadje te zijn, met gezellige terrasjes op het centrale plein. Helaas wordt er op het door ons uitverkoren terras geen taart geserveerd, maar de vrouw aan de tafel naast ons tipt ons over een warme bakker in een zijstraat van het plein. Op dat moment maken we echter alweer aanstalten om verder te gaan. De volgende keer dat we weer in Lippstadt zijn zullen we eraan denken.
Via nog meer prachtige weggetjes komen we halverwege de middag aan in de buurt van Paderborn. De camping die we op het oog hebben blijkt weer vlak naast een snelweg te liggen. Daar hebben we even geen zin meer in. Gelukkig is er even verderop nog een camping, in het bos en gelegen aan een meertje.
De rest van de middag en de avond brengen we door op de camping, en vooral dan op het terras naast het restaurant, met uitzicht op het meer. Andermaal eten we een schnitzel, ook hier hebben we helaas weinig keus. Duitsland, Schnitzelland. Aan een tafel verderop zit een man die meer aan een zwerver dan aan een campinggast doet denken. Op diverse plaatsen vertonen zijn kleren gaten en zijn wild uitgegroeide baard geeft de indruk lange tijd geen verzorging te hebben gehad. Dat geldt ook voor de rest van zijn voorkomen, hoewel zijn omvangrijke buik doet vermoeden dat hij aan eten en (bier) drinken geen gebrek heeft gehad. Ook hij is bezig met het verorberen van een grote schnitzel, wat bij mij de eetlust nog verder doet zakken.
Donderdag 30 juli: Paderborn- Trendelburg (100 km)
Typisch Duits is de ‘Konditorei’, een bakker waar je behalve brood ook koffie kunt krijgen. In het centrum van Paderborn, een paar kilometer rijden vanaf de camping, nemen we daar ons ontbijt. Ze hebben er zelfs belegde broodjes. Onze keuze valt op een ‘Powerstab’, een half stokbrood met ham, kaas en rauwkost (deze bakker kun je bepaald niet van taalpurisme beschuldigen, anders was het wel ‘Kraftstab’ of zoiets geweest). Bij de bakker maken we kennis met de Duitse corona maatregelen, die een stuk strenger zijn dan in Nederland: mondkapje uit de stuurtas halen en opzetten voordat we naar binnen gaan, binnen eerst wachten tot je een tafel toegewezen krijgt (behalve een snibbige terechtwijzing dat we moeten blijven staan, krijgen we de eerste vijf minuten geen enkele aandacht van de serveerster, die druk bezig is andere klanten te bedienen), dan registreren, weer wachten, eindelijk bestellen (we zijn inmiddels tien minuten verder), gaan zitten aan de toegewezen tafel, wachten tot de bestelling wordt gebracht, mondkapje af om te eten, mondkapje op om naar het toilet te gaan, mondkapje af om de koffie op te drinken, mondkapje op om te betalen en vervolgens naar buiten te gaan en dan mondkapje definitief opbergen in de stuurtas.
Paderborn heeft een mooi historisch centrum rondom het centrale plein. Toch nemen we te weinig tijd om daar eens rustig rond te kijken, gehaast als we zijn om weer door te fietsen. Ook vergeten we weer eens brood en fruit te kopen voor onderweg.
Na twee dagen min of meer min of meer langs de Lippe te zijn gereden (Nanco een dag minder) verlaten we deze rivier dan eindelijk. Halverwege beginnen we aan de eerste serieuze beklimming van deze fietstocht. Het hoogteverschil is slechts tweehonderd meter en nergens hoef ik terug te schakelen naar het kleinste voorblad. Vergeleken met de bergen die we tijdens eerdere fietsvakanties hebben beklommen (zoals vorig jaar nog in het Centraal Massief) stelt het natuurlijk weinig voor. Maar na dagenlang over de Noord-Europese laagvlakte te hebben gefietst is het wel een verademing. Fietsen in de bergen (heuvels in dit geval) is toch een stuk interessanter en inspirerender.
Nadat we weer zijn afgedaald komen we terecht in het dal van de Diemel. De meeste tijd rijden we over fietspaden en smalle verkeersluwe wegen. De uitzichten onderweg zijn af en toe prachtig. Akkers met graan en bieten, afgewisseld met bomen en af en toe een glimp van de rivier. Aan weerszijden de beboste hellingen van de heuvels rondom.
In Trendelburg treffen we een camping met de meest strikte coronaregels tot dusverre. Bij aankomst wijst de beheerder ons uitvoerig daarop. Hij loopt zelfs mee naar het toiletgebouw om te demonstreren hoe het werkt. Buiten bij de deur hangen blokjes met een rode en een groene kant. Bij binnenkomst dien je een blokje zodanig om te draaien dat de rode kant zichtbaar wordt. Wanneer je weer naar buiten gaat, dan draai je het blokje weer terug naar groen. Als alle blokjes rood zijn, dien je eerst te wachten tot er weer iemand naar buiten komt. Mooi systeem. Het staat of valt echter met de discipline van de mensen om die blokjes daadwerkelijk om te draaien. Bij binnenkomst denken de meesten daar nog wel aan, maar bij het verlaten van het gebouw wordt het nog wel eens vergeten, opgelucht als men is dat de klus geklaard is. Met als gevolg dat er al snel alleen maar rode blokjes hangen en je onnodig lang staat te wachten. Extra vervelend als je nodig moet.
Onze verwachting was dat Trendelburg een leuk stadje zou zijn, waar we vanavond op een gezellig terras onze avondmaaltijd zouden kunnen gebruiken. Om in dat vermeende bruisende centrum te komen moeten we eerst een stuk omhoog lopen. Daar blijken de culinaire keuzemogelijkheden beperkt te zijn tot een duur restaurant in de burcht en de snackbar van Ahmed. Bij die laatste bestellen we twee pizza’s en eten die buiten op een bankje op. Ondanks dat de pizza’s zout en vet zijn gaan die gretig naar binnen. Omdat Ahmed geen bier verkoopt, halen we die schade weer in op de camping, waar de bar gelukkig nog open is. Binnen zitten mag natuurlijk niet, maar dat waren we ook niet van plan. Op de bankjes buiten is het veel leuker, op een paar hinderlijke muggen na dan.
Vrijdag 31 juli: Trendelburg - Wahlhausen (99 km)
Na een ontbijt op de camping vervolgen we onze tocht langs de Diemel. De fietsroute brengt ons op de prachtigste plekjes. Na een flauwe bocht zie ik ineens drie ooievaars zitten. Ik stap af en loop voorzichtig naar ze toe om er van dichtbij een foto van te nemen. Op het moment dat ook Nanco om de hoek komt, vliegen de vogels verschrikt op.
Bij Bad Karlshafen mondt de Diemel uit in de Weser. Vanaf hier volgen we deze rivier. Nanco herinnert zich dat hij hier vier jaar geleden ook heeft gefietst, toen hij op weg was Wertheim, waar we elkaar zouden treffen op weg naar Innsbruck (PS: raadpleging van mijn fietsarchief leert me dat dit stuk nog veel langer geleden ook deel uitmaakte van de reeds gememoreerde ‘Boog met tegenwind’). Vooralsnog zien we nog weinig van de Weser. Op het punt waar we met een veerpont oversteken openbaart die zich echter in volle glorie. Zij is een stuk breder dan de Lippe en Diemel, de rivieren waar we de afgelopen dagen langs gereden hebben. Het doet me sterk denken aan de IJssel bij de Veluwezoom, met dit verschil dat er zich hier heuvels aan beide zijden van de rivier bevinden. Naarmate we zuidelijker komen wordt het alleen nog maar mooier, met rondom het steeds hoger wordende Weser Bergland.
Bij Hann. Münden verruilen we de Weser voor de Werra. We vragen ons af waar ergens de Weser ontspringt. Als we even uitrusten op het punt waar de Werra in de Weser uitmondt, komen we daar na enig puzzelwerk achter. Vier jaar geleden heeft Nanco hier een foto gemaakt van een gedenksteen, die begint met de tekst “Wo Werra sich und Fulda küssen ...”. Hij diept de bewuste foto op uit zijn fotoarchief, dat tegenwoordig in de cloud staat en dus met zijn mobiele telefoon raadpleegbaar. Die gedenksteen kunnen we nu nergens vinden, maar het geeft wel te denken. Hoe kan het dat de Werra zowel in de Fulda als Weser uitmondt? En waar loopt dan de Fulda? Uiteindelijk komen we tot de conclusie dat Fulda en Werra hier samen verder gaan als Weser, en dat de Weser dus ontspringt in Hann. Münden, precies op het punt waar we ons nu bevinden. Rest nog de vraag waar die vermaledijde gedenksteen is gebleven.
(Achteraf, bij het schrijven van dit verslag, kreeg ik pas antwoord op deze vraag. Op het internet vond ik namelijk eenzelfde foto als Nanco had laten zien. Als we onszelf meer tijd hadden gegund die foto beter te bekijken, dan was meteen duidelijk geworden waar de Weser ontspringt. Verder is goed te zien dat de steen pal aan de waterkant staat. Wij zijn echter niet verder zijn gekomen dan het bankje waar we onze broodjes hebben opgegeten. Wel zagen we regelmatig mensen langskomen die door de struiken naar beneden liepen naar het water en daar dan een tijdje bleven staan. Bij die gedenksteen waarschijnlijk. Een andere vraag die restte is waar de naam Hann. Münden vandaan komt. Ook hier gaf Wikipedia uitsluitsel: “De toevoeging Hann. in de naam van het stadje verwijst naar het keurvorstendom Hannover, waartoe Münden in de 19e eeuw behoorde, en was noodzakelijk om verwarring te voorkomen met het Westfaalse Minden, dat stroomafwaarts aan de Weser ligt. Sinds 1971 is de naam officieel Hann. Münden, waarbij Hann. niet alleen afgekort wordt geschreven, maar ook zo uitgesproken”).
Het stuk langs de Werra is prachtig. De meeste tijd rijden we over onverharde fietspaden vlak naast de rivier. Op diverse plaatsen houden we een korte stop (maken van een foto, zoeken naar de weg, even uitblazen). Op die momenten zien we steeds hetzelfde Nederlandse stel voorbij komen. Aan hun uiterlijk te oordelen zijn het vader (grijze baard) en dochter (fris ogende jonge vrouw). Na een eerdere zeperd tijdens onze vorige fietstocht (bij de derde ontmoeting verspreid over meerdere dagen vroeg Nanco toen aan een man of het nou leuk is om met je dochter te fietsen, waarop de man antwoordde dat het zijn vriendin was), durven we er deze keer niet naar te vragen. Gelukkig maar, want op de camping blijkt baardmans een redelijk jonge vent (een baard van enkele dagen maakt iemand meteen jaren ouder) en zien we bij de vrouw beginnende kraaienpootjes naast de ogen. Bij nader inzien schelen ze hooguit enkele jaren.
De camping van Wahlhausen ligt in Thüringen, dus in het voormalige Oost-Duitsland. ’s Avonds rijden we met de fiets naar Bad Sooden-Allendorf een paar kilometer verderop. Dat ligt weer net aan de West-Duitse zijde. We passeren daarbij een bord dat aangeeft dat hier vroeger het IJzeren Gordijn liep. We stoppen even om er een foto van te maken en speuren de velden af of we nog iets kunnen zien dat daaraan herinnert. Vergeefs, geen spoor meer van prikkeldraad, wachttorens of mijnenvelden. Wel wijst er een pijl naar links, naar een zandpad dat naar het ‘Grenzmuseum’ voert. Waarschijnlijk is daar meer te zien. Onze eetlust wint het echter van onze nieuwsgierigheid. Misschien kunnen we er morgen nog even naar toe fietsen.
Bad Sooden-Allendorf blijkt een gezellig plein te hebben met diverse terrasjes. Met uitzicht op de prachtige vakwerkhuizen rondom genieten we van een heerlijke pastamaaltijd.
Zaterdag 1 augustus: Wahlhausen - Creuzburg (70 km)
Onderweg naar Bad Sooden-Allendorf passeren we weer het bord dat de plaats van het voormalige IJzeren Gordijn markeert. Uiteraard komt er niets terecht van ons voornemen deze keer wel het ‘Grenzmuseum’ te bezoeken. Na een ontbijt op hetzelfde plein als gisteravond trekken we verder langs de Werra. Die vormt hier de grens tussen Hessen en Thüringen, en daarmee tussen het voormalige West- en Oost-Duitsland. Afwisselend bevinden we ons dan weer aan de ene en dan weer aan de andere kant van die grens.
Het dal van de Werra blijft onveranderd mooi, ongeacht aan welke kant van de grens we rijden. De natuur trekt zich niets aan van grenzen, ook al waren die in het verleden nog zo hermetisch gesloten. Legendarisch in dit verband is het liedje van Het Klein Orkest, over de vogels die vliegen van West- naar Oost-Berlijn, die niet worden teruggefloten en die niet worden neergeschoten. Alleen aan de gebouwde omgeving is nog wel af te zien in welk landsdeel we ons bevinden, ook al zijn beide Duitslanden al weer dertig jaar met elkaar herenigd. In het westen knusse stadjes met fraaie vakwerkhuizen, in het oosten toch nog wat sober, met hier en daar nog rechthoekige huizenblokken en restanten van een industrieel verleden. Dat bij een deel van de bevolking die voormalige arbeidersheilstaat nog wordt verheerlijkt, blijkt onder andere uit de nog altijd rondrijdende Trabanten en DDR-plaatjes achterop de auto’s: “Proud to be an Ossy”, maar dan op zijn Duits. Het zal vooral te maken te maken met een gebrek aan perspectief, wat mensen doet geloven dat het vroeger allemaal beter was, al is dat naar objectieve maatstaven waarschijnlijk niet het geval.
We eindigen de dag in Creuzburg, een voormalige Oost-Duits stadje, en waar dus helaas ook weinig te beleven valt. Op de camping wachten we eerst een uur voordat we erachter komen dat we de afwezige beheerder moeten bellen (dat staat weliswaar op een bord bij de ingang, maar is ons in eerste instantie ontgaan). Tegenover ons staat een gezelschap met een miniatuur caravan van Oost-Duitse snit. De cross-over die er naast staat contrasteert daar nogal mee. Iemand staat er kratten Heineken bier uit te laden. We attenderen elkaar daarop, hard genoeg zodat ook die man het kan horen, in de hoop dat die ons een biertje aan zal bieden. De man kijkt echter op nog om. Het lijkt ons het ook niet het type dat even gezellig een buurpraatje gaat maken, zeker niet met een stel fietsers. Er expliciet om vragen gaat ons echter te ver. We zullen moeten wachten tot we straks ergens in het centrum van Creuzburg gaan eten.
Aan het begin van de avond lopen we daar heen. Halverwege begint het lichtjes te regenen. De troosteloosheid van het stadje wordt nog eens extra geaccentueerd doordat diverse straten in het centrum zijn opgebroken. Gelukkig kunnen we terecht in een Biergarten voor een maaltijd en uiteraard een paar glazen bier.
Eenmaal terug op de camping zien we dat er een feestje aan de gang is bij onze overburen. Daarbij worden in rap tempo de eerder vandaag gesignaleerde kratten Heineken bier er doorheen gejaagd. Naarmate de biervoorraad slinkt neemt het geluidsvolume aan de overkant toe. Ondanks de stevig aangebrachte oordopjes houden we er nog uren last van. Natuurlijk zouden we daar iets van kunnen zeggen, maar we schatten in dat ze niet (meer) voor rede vatbaar zullen zijn. De afwezigheid van de campingbeheerder speelt daarbij ook een rol.
Zondag 2 augustus: Creuzburg - Breitenbach (95 km)
Voordat we de camping kunnen verlaten moeten we eerst de campingbeheerder weer bellen. Op mijn voorstel het verschuldigde plaatsgeld samen met de sleutel van het toiletgebouw onder de deurmat van de receptie neer te leggen wil hij niet in gaan. Binnen tien minuten meldt hij zich gelukkig. Op zijn vraag of ons bezoek naar wens was, melden we hem dat we nogal last hebben gehad van de overburen. “Sie hatten mich anrufen müssen”, zegt hij niet heel overtuigend. We achten het dan ook niet heel waarschijnlijk dat hij om één uur ’s nachts langs zou zijn gekomen.
Bij het opstappen merk ik dat mijn zadel is beschadigd. Het lijkt erop dat iemand moedwillig met een scherp voorwerp er krassen op heeft gemaakt. De gedachten gaan al gauw uit naar de feestvierders van gisteravond, al is daar natuurlijk geen enkele aanleiding toe. Er is immers geen contact met hen geweest, laat staan dat er een onvertogen woord onzerzijds zou zijn gevallen. Of het moeten onze nauwelijks verholen opmerkingen zijn geweest over het bier gistermiddag, toen ze de kratten aan het uitladen waren.
Gisteren zijn we bij Mihla het meest oostelijk punt van de route gepasseerd. Vooralsnog blijven we echter nog langs de Werra fietsen en balanceren zo nog even langs het voormalige IJzeren Gordijn. Op een gegeven moment menen we dan toch eindelijk een wachttoren te zien. Nadat ik het gammele trapje naar boven ben geklommen zet Nanco mij op de foto. De toren is niet erg hoog, waardoor het uitzicht nogal beperkt is. Het heeft daarom meer weg van een uitkijktoren van boswachters dan van grenswachters.
Even voorbij Heringen verlaten we na enkele dagen de Werra. Tevens nemen we daarbij afscheid van de route naar Praag. Vanaf hier zullen we de D4 volgen, die ons weer naar het westen zal voeren. De D4 blijkt kwalitatief een stuk minder te zijn dan de Praagroute. Zo worden er soms enorme omwegen gemaakt om een niet al te drukke doorgaande weg te vermijden. Regelmatig snijden we daarom een stuk af. Tussen Bad Hersfeld en Kirchheim blijven we gewoon de route volgen, want daar lijkt de doorgaande weg toch wat te druk. Bovendien hoeven we niet echt in Kirchheim te zijn, want de camping die we op het oog hebben ligt iets ten zuidwesten daarvan. Als we in de buurt van de camping komen verlaten we de D4 alsnog en navigeren verder met de Garmin naar de camping toe.
Als we er eindelijk aankomen blijkt het een hele andere camping te zijn dan we in gedachten hadden. Maakt niet uit, hier is het ook leuk. We kunnen onze tent opzetten op het veldje achter het ter plaatse aanwezige restaurant. De eigenlijke camping, met vooral stacaravans, blijkt een paar honderd meter verderop te liggen. Op het veldje staan een tiental tenten en caravans. Afgaande op het geblaf zijn daar nogal wat hondenbezitters bij. Het sanitair is zo te zien al een tijdje niet schoongemaakt, niet erg uitnodigend om je daar op te frissen na een lange fietsdag. Gelukkig kunnen we zwemmen in het naastgelegen meertje.
Op de camping loopt een man rond die zowat bij elke tent wel een praatje maakt. Hij praat nogal luidruchtig en is meestal zelf aan het woord. Na elke paar zinnen vraagt hij “Oder?“, op een toon die verder geen tegenspraak duldt. De man maakt op ons een wat bezopen indruk. De meeste mensen lijken de opgedrongen conversatie niet erg op prijs te stellen en halen opgelucht adem wanneer hij weer verder gaat. Bijna grijp ik in wanneer hij langdurig onze alleenstaande buurvrouw lastig valt, die rustig zit te lezen op de stoel voor haar caravan. Daar komt pas een einde aan als zij de caravan in vlucht, onder het voorwendsel dat ze daar iets te doen heeft. Wijselijk slaat de man een bezoek aan ons over. Kennelijk heeft hij ondanks zijn beneveld gezichtsvermogen onze ergernis over zijn gedrag aangevoeld.
Tijdens het avondeten komen we hem weer tegen, buiten op het terras. Ook daar valt hij op luidruchtige wijze mensen lastig. Na verloop van tijd komen we erachter dat het de zoon van de restauranteigenaar is, die zelf ook wel van een biertje blijkt te houden, zo merk ik bij het afrekenen. We prijzen ons gelukkig dat we de confrontatie niet hebben opgezocht.
Maandag 3 augustus: Breitenbach - Caldern (93 km)
Om bij de camping te komen zijn we gisteren een eind afgeweken van de route. We besluiten die pas een stuk westelijker weer op te zoeken. Op die manier kunnen we een behoorlijk stuk afsnijden, gezien de enorme slingers die er hier in de route zitten.
Als lezer zou u zich nu kunnen afvragen waarom we zo nodig steeds stukken willen afsnijden. Bij het fietsen gaat het er immers niet om zo snel mogelijk van A naar B te komen, maar juist om de beleving onderweg. En hoe langer de route, hoe meer beleving. Daar heeft u inderdaad een punt. We hebben echter ook te maken met een paar randvoorwaarden, zoals het aantal beschikbare dagen (geldt vooral voor mij) en de maximaal aanvaardbare dagafstand (geldt vooral voor Nanco). Afsnijden is dan een effectief middel om aan beide randvoorwaarden te kunnen voldoen.
Bij Alsfeld pakken we de route weer op. In het centrum nemen we echter eerst een koffiepauze. Dat centrum ziet er wel fraai uit met al die vakwerkhuizen. Alleen jammer dat ze net druk bezig zijn met graafwerkzaamheden op het plein naast ons terras. Desondanks is het leuk genoeg om wat toeristische aankopen te doen (een magneetje voor bij mij thuis op de koelkast en een paar ansichtkaarten voor Nanco). Veel gelegenheid daartoe hebben we hiervoor nauwelijks gehad. Of er anders simpelweg niet aan gedacht.
Na Alsfeld rijden we tientallen kilometers lang door een bosrijk gebied. Het landschap golft voortdurend op en neer, zonder overigens echt steil te worden. Een groot deel van de route loopt over steenslagwegen door de bossen. Op die manier zien we niet zo heel veel van de omgeving. Als onze blik al niet op het wegdek vlak voor is gericht, wordt die wel beperkt door de overal aanwezig bomen.
Daar komt pas een einde aan wanneer we iets ten noorden van Marburg het dal van de Lahn bereiken. Dat volgen we vanaf dat punt verder stroomopwaarts. Na een twintigtal kilometers bereiken we zo de door ons uitgekozen camping bij Caldern.
Ook dit is weer een camping waar weinig valt te beleven. Alles ziet er nogal vervallen uit. Verbazingwekkend eigenlijk dat er desondanks nog zoveel gasten aanwezig zijn. De campingbeheerder moeten we eerst bellen voordat we ons kunnen inschrijven. Het blijkt een studente te zijn die even verderop in een caravan staat en dit als vakantiewerk doet. Veel informatie over winkels en eetgelegenheden in de omgeving kan ze ons niet verschaffen. Gelukkig wijst Google Maps ons de weg naar een Biergarten aan de andere kant van het dorp.
Dinsdag 4 augustus: Caldern - Mittelhof (112 km)
’s Morgens bij het opstaan is het nog behoorlijk fris. Met de jassen aan rijden we verder tot de eerstvolgende plaats met een bakker. Binnen komen we daar weer wat bij met broodjes en een kop koffie.
Zo onderhand zijn we in de bovenloop van de Lahn aangekomen. Het landschap wordt er steeds mooier op. Wanneer we het Lahntal bij Bad Laaspe verlaten beginnen we aan de enige serieuze beklimming van deze fietsvakantie. Vooral de eerste kilometers zijn tamelijk steil (10%). Uiteindelijk stijgen we tot een hoogte van – het is of de duvel ermee speelt – 666 meter. Als dat maar geen ongeluk brengt. Deze bergrug maakt deel uit van het Rothaargebergte. Na enige tijd op hoogte te zijn gebleven dalen we na verloop van tijd af naar het dal van de Sieg.
Aanvankelijk is het ook hier weer erg mooi, maar dat verandert drastisch wanneer we in de buurt van Siegen komen. In de stad is het erg druk, maar gelukkig worden we er redelijk doorheen geleid door de route op onze Garmin. De rest van de dag rijden we meestentijds over de drukke doorgaande weg in het Siegtal. Weliswaar ligt er een fietsstrook naast, maar die dwingt ons regelmatig stoepranden op en af te rijden, een onhebbelijkheid die Duitse wegenbouwers maar niet lijken af te leren. Uit balorigheid blijven we daarom soms toch weer op de weg zelf rijden, maar eigenlijk is dat onverantwoord.
De door ons uitverkoren camping ligt gelukkig niet in het dal zelf, maar in de heuvels er vlak naast. Het betekent wel dat we weer even flink moeten klimmen, maar dat hebben we er graag voor over. Eindelijk treffen we weer eens een degelijke en schone camping aan, met overwegend nette mensen. Er ligt zelfs net buiten de camping een Biergarten, maar laat die nou net gesloten zijn vandaag. Omdat er in de naaste omgeving verder geen restaurants zijn, bestellen we op advies van de campingbeheerder pizza’s bij een pizzeria een paar dorpen verderop. Punctueel op het afgesproken tijdstip worden ze gebracht. Bij een picknicktafel werken we ze naar binnen. Ze zijn van beduidend betere kwaliteit dan de pizza’s die we eerder in Trendelburg hebben gehad van Ahmed. Ook de pizzakoerier van vandaag is een soort Ahmed, maar gelukkig heeft hij wel een paar flessen bier voor ons meegenomen.
Woensdag 5 augustus: Mittelhof - Heppenberg (92 km)
Omdat we geen zin hebben meteen weer door het drukke Siegtal te fietsen, rijden we vanaf de camping eerst een stuk parallel daaraan door de heuvels. Het blijkt een gouden greep, want het levert ons een paar prachtige vergezichten op.
Helaas is de pret niet van lange duur, want onvermijdelijk komen we daarna weer in het dal terecht. Alleen in de dorpjes onderweg kunnen we even de drukke weg verlaten, maar in veel gevallen heeft dat tot gevolg dat we meteen stevig moeten klimmen. Buiten de bebouwde kom wagen we ons een paar keer aan een onverhard fietspad, maar daar is het al niet veel beter.
De campingbeheerder heeft vanmorgen gezegd dat het vanaf een bepaalde plaats mooier begint te worden. Helaas ben ik de plaatsnaam die hij noemde vergeten. Het enige dat ik me nog kan herinneren is dat die uit twee lettergrepen bestaat en dat de eerste lettergreep een ‘a’ bevat. Bij elke plaatsnaam die daar enigszins bij in de buurt komt wordt de hoop gewekt dat er binnenkort een einde aan de ellende zal komen, maar even zovele malen worden we daarin weer teleurgesteld. Totdat we in Schladern komen. Bij het lezen van die plaatsnaam heb ik meteen een ‘Aha Erlebnis’. En zo waar, het duurt daarna niet lang meer of we rijden over een rustig fietspad langs de oever van de Sieg. Plotsklaps is de herinnering aan urenlang rijden langs drukke wegen en steile onverharde wegen verworden tot slechts een hinderlijke onderbreking van een verder heerlijke fietstocht.
Vanmorgen bij vertrek hadden we het idee dat we vandaag wellicht wel tot Keulen zouden kunnen komen, maar bij nader inzien zit dat er toch niet in. Bij Hennef rijden we langs een mooie rustige camping aan de Sieg. We besluiten echter nog door te rijden tot Siegburg, want dat verschaft ons een betere uitgangspositie voor de rest van de tocht, die toch langzamerhand tegen zijn einde loopt. Ik zelf wil namelijk uiterlijk vrijdag weer thuis zijn, omdat ik volgende week weer moet werken. Nanco heeft als pensionado iets meer speling, hoewel van pensionado’s bekend is dat ze ook een druk leven kunnen hebben.
Bij een gestremde brug laten we de D4 voor wat die is en laten ons verder leiden door de navigatie van de Garmin. Omdat we ons oostelijk van Siegburg bevinden en de camping aan de noordkant ligt, verwacht ik dat de Garmin ons langs de noordoostkant van de stedelijke agglomeratie van Siegburg zal leiden. Helaas worden we gedwongen er dwars doorheen te rijden. Het nare gevoel van vanochtend komt weer helemaal terug.
Als we eindelijk bij de camping aankomen, blijkt die pal naast de snelweg te liggen. We hebben echter weinig keus, volgens onze informatie is de volgende camping pas dertig kilometer verderop. Bij de receptie krijgen we te horen dat kampeerders niet toegelaten worden op deze camping vanwege corona. Caravanbewoners mogen er daarentegen wel overnachten. Het gehanteerde argument daarbij is dat caravanbewoners de keuze hebben om wel of niet gebruik te maken van de douche, terwijl kampeerders die niet hebben. De logica hiervan ontgaat ons. Nanco probeert de man nog te overreden, maar het mag niet baten. Een pluspunt houdt hij wel over aan die discussie, namelijk dat er enkele kilometers verderop nog een camping ligt. Wellicht ook maar beter dat we hier niet gaan overnachten, met zo’n verwrongen geest als campingbeheerder en die snelweg er vlak naast.
Die andere camping hebben we al snel gevonden. De campingbeheerder hiervan is heel wat relaxter, hij hoeft zelfs onze namen niet te weten. Ook deze camping blijkt echter pal naast de snelweg te liggen. Het is niet anders, dat wordt weer oordopjes vannacht. Gelukkig is er wel een restaurant vlakbij (ook hier heet dat weer Biergarten – wat een heerlijk woord is dat toch, vooral na een lange dag fietsen in de warmte). Daar nemen we later die avond ons laatste gezamenlijke avondmaal.
Donderdag 5 augustus: Heppenberg – Roermond (152 km)
Het eerste stuk tot Keulen voert ons vlak langs het vliegveld van Bonn-Keulen. De weg is een stuk rustiger dan vooraf gevreesd. Met de wind in de rug en een lichtjes naar beneden lopend wegdek bereiken we zo binnen de kortste keren het Rijndal. Wanneer we het water van de Rijn zien, krijgen we soortgelijk gevoel als vorig jaar, toen we na twee weken fietsen eindelijk de Middellandse Zee bereikten. Wellicht ook vergelijkbaar met wat een zeeman voelt als hij na lange tijd weer land in zicht heeft. Bij een ‘Konditorei’ nemen we ons uitgestelde ontbijt. Wanneer we even later over het fietspad langs de Rijn rijden, zien we Keulen al in de verte liggen.
Bij een brug vlak voor Keulen scheiden zich onze wegen. Nanco wil in twee dagen langs de Rijn terug rijden naar Nijmegen, om daar morgenmiddag de trein naar huis te pakken. Met een hittegolf voor de deur (vandaag wordt het al meer dan dertig graden) is het niet verstandig om nog langer door te fietsen. Zelf probeer ik vandaag nog Roermond te bereiken, zodat ik vanavond al thuis kan zijn. Het laatste stuk naar Eindhoven geloof ik wel, dat heb ik al vaak genoeg gefietst. Even heb ik nog overwogen om samen met Nanco door te fietsen naar Düsseldorf en daar dan de trein te pakken. Van eerdere fietstochten staan me het drukke station van Düsseldorf en de overvolle treinen naar Venlo echter nog helder voor de geest. In deze tijden van corona mijd ik dat soort drukte maar liever.
Vanuit het Rijndal loopt de weg weer lichtjes omhoog, van iets minder dan vijftig tot ruim honderd meter boven de zeespiegel. Met het Rijndal laat ik ook de bijbehorende drukte definitief achter me. Dat is wel een verademing. Ik kan hier gewoon op doorgaande wegen fietsen, zonder al te veel last te hebben van het autoverkeer. Het is een relatief vlak en overwegend agrarisch gebied. Met nog steeds een lichte rugwind kan ik zo flink opschieten.
Tegen het middaguur bereik ik Düren, waar ik mijn volgende rustpauze neem. Ik heb er dan al zo’n zeventig kilometer opzitten. Tot Roermond is het nog een vergelijkbaar stuk. De hoop groeit dat ik het wel zal halen vandaag. Indien niet, ook geen probleem. Tussen Düren en Roermond liggen nog wel een paar campings waar ik zou kunnen overnachten.
Vanaf Düren volg ik de Rur Ufer Radweg (kortweg RUR). Deze valt hier samen met de fietsroute van Reitsma naar Italië, die Nanco en ik ruim twintig jaar geleden hebben gereden, toen uiteraard in omgekeerde richting. Na al die jaren herken ik nauwelijks meer iets van de route. In de tussentijd zal die wellicht ook wel wat gewijzigd zijn. Een groot deel bestaat uit steenslagwegen, die overigens goed begaanbaar zijn. Met een behoorlijke snelheid jaag ik daar over heen, voor mezelf vergelijkingen trekkend met de wielrenners die afgelopen weekend tijdens de Strade Bianche over de ‘sterrati’, de witte steenslagwegen in Umbrië, raasden. Net zoals daar komen mijn fiets en ikzelf onder het witte stof te zitten. Slechts af en toe stop ik even voor een foto of een plaspauze, soms ook om even uit te rusten en bij te komen van de warmte. De kilometers beginnen zo langzamerhand wel door te wegen, zeker met deze temperatuur.
Wanneer ik de laatste camping op de route gepasseerd ben, is het nog slechts vijftien kilometer tot aan Roermond. Geen twijfel meer of ik het nog ga halen vandaag. In Roermond rijd ik linea recta naar het station en neem daar plaats op een terras. Hoewel het niet verstandig is, kan ik het toch niet laten het einde van de fietstocht te vieren met een groot glas bier. Zelden heeft een glas bier me zo goed gesmaakt!
Bij de kaartautomaat op het station blijkt dat ik geen fietskaartje kan kopen. Dat kan alleen via de website of de NS-app. Omdat de trein naar Eindhoven al op het perron staat te wachten, besluit ik alvast zonder kaartje in te stappen. Dat kaartje koop ik dan wel in de trein. De conducteur is echter al bij me voordat ik de NS-app kan openen. Ik verontschuldig me voor het feit dat ik geen fietskaartje heb en leg hem uit waarom. Aanvankelijk dreigt hij met een forse boete, maar dat blijkt een wat misplaatst grapje te zijn. Uiteindelijk komt het erop neer dat ik helemaal geen kaartje hoef te kopen. In Eindhoven zal ik immers alweer uitstappen. Via Whatsapp laat ik Nanco weten ik in Roermond ben aangekomen en onderweg ben naar huis. Tevens attendeer ik hem erop dat hij voor morgen een fietskaartje moet reserveren.
Het laatste stuk vanaf het station naar huis leg ik weer met de fiets af. Nadat ik die in de schuur heb gezet loop ik naar boven. Nog voordat ik de sleutel in het slot van de voordeur heb gestoken zwaait die al open en wordt ik hartelijk welkom geheten door mijn lieve vrouw. Nu eerst een douche, dan in mijn luie stoel en vannacht eindelijk weer in mijn eigen bed. Oost west, thuis best.