2026 Spaanse slingers
2026 Spaanse slingers
Valencia
0. Alicante
1. Villena
2. Xàtiva
3. Valencia
4. Onda
5. Benassal
Aragón (1)
6. Allepuz
7. Teruel
8. Orihuela
Castilla – La Mancha
9. Molina
Aragón (2)
10. Sabiñan
11. Zaragoza
12. Ayerbe
13. Biescas
Aquitaine (Frankrijk)
14. Pau
15. Dax
16. Bergerac (trein)
Zaterdag 2 mei: Alicante - Villena (70 km)
De laatste acht jaren heb ik maar liefst drie fietstochten gemaakt in Spanje. Dit jaar heb ik andermaal voor Spanje gekozen, wat betekent dat het me daar steeds goed bevallen is. Dat heeft alles te maken met de desolate landschappen, de pittoreske stadjes en de vriendelijke bewoners.
Net als vorig jaar zal ik deze tocht weer voor een deel samen met Jaap maken. Waar Jaap vanuit Granada via de Andalusië-route naar het noorden fietst, zal ik vanaf Alicante de Camino del Cid nemen. Ongeveer halverwege zullen we elkaar dan ontmoeten in Molina de Aragón. Vanaf dat punt volgen we eerst nog een stukje de El Cid-route, waarna we weer naar het noorden afbuigen om uiteindelijk in Pau uit te komen. Althans, dat is het plan. Daar waar de lijn van Jaap redelijk consistent van zuid naar noord loopt, maakt die van mij een paar grote slingers, net zoals El Cid dat destijds gedaan heeft.
In een vliegtuig vol met zonaanbidders vertrek ik in alle vroegte vanaf vliegveld Eindhoven. Tot aan de Pyreneeën kan ik regelmatig het spelletje spelen van het raden van de locatie op de blinde kaart van Europa. Zo passeer ik onder andere de Lot, een rivier die parallel loopt aan de Dordogne, maar dan iets zuidelijker. Over drie weken hopen we terug te vliegen vanaf Bergerac, een reeds enkele malen eerder door mij bezochte stad aan de Dordogne. Met de plaatselijke fietsenmaker zijn afgelopen week al afspraken gemaakt over fietsdozen en vervoer naar het vliegveld. Ook de Pyreneeën zelf zijn nog goed te zien. Op de hoogste toppen ligt nog vrij veel sneeuw. Benieuwd of dat er over drie weken nog steeds ligt.
Eenmaal in Spanje wordt het zicht op de wereld onder mij ontnomen door een egaal wit wolkendek. Pas vlak voor de landing in Alicante is er weer land in zicht, alleen nu een stuk dichterbij. Eenmaal op de grond kijk ik tegen de onderkant van datzelfde wolkendek aan, dat inmiddels een grijze kleur heeft aangenomen. Voor mij geen probleem, zolang er maar geen regen uit die wolken valt. Voor de zonaanbidders is echter te hopen dat de zon zich de komende dagen wat meer laat zien.
Het traject van vandaag is niet bijster interessant. Dat was ingecalculeerd, maar toch duurt het langer dan verwacht voordat ik de drukke kustzone achter me heb gelaten. Gelukkig kan ik meestal wel op rustige wegen rijden. Ik passeer een reeks stadjes die geen van allen uitnodigen om er wat uitgebreider rond te kijken. Positieve uitzondering is Villena en laat dat nou net de plaats zijn waar ik voor vannacht een kamer heb gereserveerd.
Het pension is wat gedateerd, maar heeft daarom toch ook wel zijn charmes. Het contact met de beheerder blijft beperkt tot enkele whatsapp-berichten, waarin mij onder andere de toegangscodes worden verstrekt. Mijn fiets krijgt bij gebrek aan een fatsoenlijke stalling een plaatsje in mijn kamer.
Omdat ik vanmorgen al om vier uur ben opgestaan, begin ik aan het einde van de middag een stevige trek te krijgen. Net als in veel andere delen van Spanje gaan helaas ook hier de restaurants pas om halfnegen open. De bij het bier geserveerde olijven op een terras zijn bij lange na niet voldoende om mijn honger te stillen. Nadat ik er eerst een paar maal langsgelopen ben, stap ik uiteindelijk een wel reeds geopende snackbar binnen en bestel een kebabschotel. De saus is dermate pittig dat ik daarna snel mijn toevlucht moet nemen tot bar El refugio de la cerveza voor mijn tweede halve liter bier.
Zondag 3 mei: Villena - Xàtiva (76 km)
In de elfde eeuw trok de legendarische veldheer Rodrigo Diaz de Vivar, bijgenaamd El Cid, met zijn leger van Burgos naar Orihuela, om de Moren uit Spanje te verdrijven. Langs de route zijn op diverse plaatsen nog kastelen en andere fortificaties uit die periode te zien. Tijdens mijn fietstocht volg ik min of meer de omgekeerde route. Dat heeft een klimatologische reden. Tijdens het begin van mijn fietstocht is het dan nog aangenaam (nog niet te warm en zeker niet te koud), terwijl verder naar het noorden later in de maand de kans op kou en regen een stuk minder is. Het meest zuidelijke deel van de Camino del Cid, tussen Valencia en Orihuela, staat ook wel bekend als La Defensa del Sur.
In vergelijking met gisteren is de omgeving een stuk mooier. Dat begint gelijk al vlak buiten Villena, waar de route een tijdlang over een via verde (voormalige spoorlijn) voert. Ongehinderd door ander verkeer schiet het zo lekker op, daarbij nog geholpen door een lichte rugwind. Het is een open landschap met voornamelijk agrarisch grondgebruik, met aan de horizon de bergen waar in de wintermaanden menig professioneel wielrenner zich voorbereid op het komende wielerjaar. Vooral als de zon er af en toe doorkomt ziet het er prachtig uit. Af en toe passeer ik een stadje. In één ervan (Bocairent) houd ik een lunchpauze, net op het moment dat het begint te regenen.
De hop is weer in het land! Beter gezegd, vandaag ben ik weer in een land waar de hop zich wat meer laat horen. Het schijnt dat die ook wel in Nederland voorkomt, maar daar heb ik zijn karakteristieke roep (‘hop-hop-hop’) nog nooit opgemerkt. Behalve de hop registreert mijn onvolprezen app Merlin Bird onder andere ook de Europese kanarie (ongekooid), de alpenkraai (beetje verdwaald?) en – jawel - de wielewaal (van dat lied).
In de veronderstelling dat ik vandaag vijfennegentig kilometer zou moeten fietsen, verrast het mij nogal dat ik al na vijfenzeventig kilometer op de plaats van bestemming ben. Het blijkt dat ik een kamer geboekt heb in Xativa in plaats van Alzira, zoals in mijn routeplanning is opgenomen. Als gevolg ben ik veel te vroeg bij mijn overnachtingsadres en moet ik nog een tijdje buiten wachten. Men is namelijk nog bezig de boel schoon te maken. De fiets kan in een achterkamertje, maar daartoe dien ik hem eerst over de pas geboende vloer van de hal heen te tillen.
Een ander gevolg van het vroege aankomsttijdstip is dat ik een lange tijd moet overbruggen tot de openingstijden van de restaurants. Nadat ik eerst in een supermarkt wat inkopen heb gedaan, strijk ik neer op een terras aan het plein vlakbij mijn hotel. Met een aangenaam zonnetje erbij kijk ik tevreden terug op de afgelopen dagen. Na maandenlange voorbereiding ben ik dan eindelijk weer begonnen met mijn jaarlijkse fietstocht (kleine nuance: sinds mijn pensioen maak ik vaak meerdere fietstochten per jaar). Na twee dagen zit ik alweer helemaal in het fietsritme en het drinken van bier na aankomst hoort daar onmiskenbaar bij. Ik kan de verleiding niet weerstaan om deze keer kort achter elkaar twee halve liters achterover te slaan. En dat heeft weer tot gevolg dat ik daarna een paar uur half slapend doorbreng in bed. Zelfs de siësta doet een poging een plaats in te nemen in mijn dagelijkse patroon.
Maandag 4 mei: Xàtiva - Valencia (73 km)
Ook vandaag rijd ik weer een tijdlang over een via verde. Het blijft prachtig om over dit soort paden te kunnen fietsen. Wat ook hetzelfde is, zijn de wolkenluchten, waar soms een fikse regenbui uit valt. Dat noodzaakt me zelfs een tijdje te schuilen in een half afgebouwd bushokje te midden van de sinaasappelplantages. Net als ik verlangen die ernaar de zon weer eens te zien.
Ten zuiden van Valencia ligt Albufera, een natuurpark dat bekend is om zijn vogelpopulatie. De verwachtingen zijn vooraf dan ook hooggespannen. Maar zoals dat vaak gaat met hoge verwachtingen valt de werkelijkheid dan vervolgens tegen. Of ik zit net op de verkeerde plaats, of de meeste vogels zijn net bezig met hun siësta. Van de wel gespotte vogels springen de zwarte ibis en de koereiger er wel uit.
Hoewel Valencia een grote en drukke stad is met veel autoverkeer, is voor fietsers die vanuit het zuiden komen de rode loper uitgelegd. Wellicht dat de EU-subsidies voor de Eurovelo fietsroutes daar iets mee te maken hebben (het laatste stuk volg ik de Eurovelo 8). Via een reeks van fietspaden en autoluwe weggetjes kan ik tot vlakbij het centrum komen. Alleen bij een brug over een riviertje moet ik even honderd meter over een drukke autoweg.
De kamer die ik via Booking geregeld heb blijkt van een particuliere eigenaar (Julio), in het appartement waar hijzelf ook woont. Mijn fiets kan ik op het balkon plaatsen, nadat ik die via een nauwe trap naar de eerste verdieping heb gesleept.
Aan het einde van de middag vertrek ik voor een lange stadswandeling. Op weg naar El Ciutat Vella (lokaal dialect voor de oude stad) passeer ik tal van bezienswaardigheden. Zoals een prachtig verzonken park dat als een kilometerslang lint een deel van het centrum omsluit. Een oase van rust in een verder nogal hectische stad. Het park ligt in de bedding van een voormalige rivier. Na een grote overstroming in 1957 werd de rivier omgeleid, teneinde herhaling te voorkomen. In het oude centrum bezoek ik natuurlijk de hotspots, zoals de diverse kerken en pleinen. Overal zitten de terrassen overvol en wordt er stevig op los gepimpeld. Moeilijk om dan verleiding te weerstaan om zelf ook een lekker koud biertje te pakken, hoewel ik me na gistermiddag heb voorgenomen het vandaag wat rustiger aan te doen. Eén normaal glas kan er echter nog wel mee door.
Ik zoek een terras uit op een wat rustiger pleintje, waar op dat moment een slungelig type de aanwezige gasten vermaakt met het spelen op zijn gitaar. Net op het moment dat ik ga zitten stopt hij ermee en loopt vervolgens de tafeltjes langs voor een kleine bijdrage. Ook bij mij blijft hij even staan. Ik verontschuldig me door te zeggen dat ik nog niets gehoord heb. Hij gaat op zijn hurken zitten en speelt vervolgens voor mij persoonlijk nog een stukje. Hij maakt daarbij wel wat fouten (het lijkt me ook niet gemakkelijk om op je hurken gitaar te spelen), maar hij doet zijn aandoenlijke best. Ik ontkom er daardoor niet aan hem toch wat muntjes in zijn hand te drukken.
De mensen op het tafeltje naast me kijken geamuseerd toe. Het zijn Italianen uit Veneto, waar ik vervolgens een tijdje mee aan de praat raak. De vrouw spreekt wel een beetje Engels, de man mengt zich in een mengelmoes van Italiaans en Engels alleen in het gesprek wanneer het over voetbal gaat. Het bekende rijtje namen van Nederlandse spelers die ooit in Italië actief zijn geweest komt daarbij uiteraard weer voorbij (‘Koeliet, Fan Basta en hoe heet die andere ook alweer? O ja, Riekart’).
Dinsdag 5 mei: Valencia - Onda (87 km)
Wanneer ik ’s ochtends de keuken binnenloop, is Julio net bezig de tafel te dekken. Wanneer hij daarmee klaar is, trekt hij zich weer discreet in zijn eigen kamer terug. Het is bepaald geen spraakzame man. De tafel is gedekt voor twee personen, maar de andere gast laat nog even op zich wachten. Ook gisteren heb ik die niet gezien. En dat zal ook nu niet meer gebeuren. De uitgestalde etenswaren zijn ruim voldoende om met een goed gevulde maag op pad te gaan. In menig hotel heb ik het met minder moeten doen.
In Valencia kun je ondanks de verkeersdrukte redelijk veilig fietsen. Dat heb ik gisteren al ervaren en ook nu bij het verlaten van de stad is dat weer het geval. Ook in het stedelijk gebied ten noorden van Valencia kan ik vrijwel steeds op fietspaden blijven rijden.
Na ruim twintig kilometer verlaat ik de drukke kustzone voor de tweede keer tijdens deze fietstocht. Nu voorgoed. Langs de Via Verde Ojos Negros gaat het geleidelijk omhoog. Het is er heerlijk rustig: geen auto’s, geen stadjes, alleen het geluid van de wind, de vogels en het knerpen van mijn banden op het gravel.
Die stilte staat in schril contrast met het lawaaiige café dat ik bezoek voor een korte stop. Een stuk of acht oudere mannen zijn zo luid aan het praten, dat de eveneens oudere barkeeper hen tot drie keer toe om stilte moet manen om mijn bestelling aan te horen. Helaas vergeefs. Tijdens een moment waarop bij toeval al die oudjes even tegelijkertijd hun mond houden, zeg ik voor de zoveelste keer ‘un café solo y un cruasán’. Croissants heeft de oude baas niet, wel een stuk cake. Wanneer hij mij even later aanwijst waar het toilet is, laat hij trots een vest zien van de guardia civil. Voor hij met pensioen ging heeft hij daarvoor gewerkt, als verkeersregelaar. Ik hoop dat hij toen meer orde kon houden dan nu in zijn rol als barkeeper.
De Via Verde Ojos Negros zal nog doorlopen tot aan Teruel, waar ik over enkele dagen hoop aan te komen. Vlak voor Segorbe verlaat ik de voormalige spoorlijn echter weer, voor een omweg via de Maestrazgo. Niet alleen omdat El Cid dat destijds ook deed, maar vooral omdat het een prachtig en ongerept berggebied is. Enkele jaren terug ben ik daar tijdens mijn fietstocht van Girona naar Malaga ook geweest en heb dat toen ervaren als één van de hoogtepunten van die vakantie.
Het duurt maar even of de eerste serieuze beklimming van deze fietstocht dient zich aan. Weliswaar ligt de top op ‘slechts’ 793 meter, maar toch. Het is alvast een opwarmertje voor de nog veel hogere bergen die de komende dagen op het menu staan. Na het bereiken van de top is het alleen nog maar afdalen naar Onda, waar ik een hotelkamer heb geboekt.
In Onda is niet zoveel te beleven. Het is een klein stadje met een nogal rechthoekig stratenpatroon. Pas na enig gezoek vind ik de iets hoger gelegen historische binnenstad, met daar wel smalle kronkelige straatjes en enkele leuke pleinen. Nog verder omhoog ligt een kasteel, de belangrijkste toeristische attractie van het stadje. Ik houd dat echter voor gezien en zoek een terras op. Er zijn er niet veel en op het terras waar ik plaatsneem ben ik één van de weinigen. Wat een verschil met gisteren in Valencia.
Woensdag 6 mei: Onda - Benassal (80 km)
Het hoogteprofiel voor de komende dagen boezemt enig ontzag in, om te beginnen met vandaag. Van net iets meer dan tweehonderd zal ik naar ruim achthonderd meter stijgen, met als hoogste punt onderweg een berg van ruim duizend meter. En morgen zal er nog eens eenzelfde hoogteverschil bijkomen, met onderweg zelfs enkele bergen van dik boven de vijftienhonderd meter. Met de nodige verticale overdrijving ziet het er op het hoogteprofiel uit als een steile muur. Waar ben ik aan begonnen?
Voor de klim naar de hoogste berg van vandaag liggen er eerst nog wat andere bergen op de route. Waar ik me normaal na het bereiken van een top verheug op de afdaling die volgt, vind ik het nu steeds jammer dat de zojuist gewonnen hoogtemeters weer grotendeels teniet worden gedaan, waardoor ik bij de volgende berg weer opnieuw kan beginnen. Halverwege heb ik per saldo nog maar honderd hoogtemeters gewonnen, terwijl mijn fietscomputer toch al meer dan achthonderd heeft geregistreerd.
Tijdens een koffiepauze besluit ik mijn mindset te veranderen en minder op die hoogtemeters te letten. In plaats daarvan gaat aandacht weer meer uit naar de omgeving. En die is zeer de moeite waard, zeker nu de zon vandaag voor het eerst tijdens deze fietsvakantie uitbundig schijnt. De uitgestrekte landbouwarealen die ik de eerste dagen veelvuldig langs heb zien komen, hebben gisteren al plaats gemaakt voor weelderig groen. Ook nu wordt het grootste deel van het aardoppervlak ingenomen door struikgewas en bomen, maar niet zo massaal dat daardoor het zicht op de omgeving wordt beperkt. Dat levert soms prachtige vergezichten op. Naarmate ik dieper de bergen in rijd wordt het steeds rustiger op de weg. Geweldig!
Halverwege de middag bereik ik het hoogste punt van de dag bij het stadje Culla. Even daarvoor is de lucht flink betrokken geraakt. Bij het binnenrijden van Culla barst er een fikse regenbui los, waar zelfs wat hagelstenen tussen zitten. Omdat het nog maar tien kilometers is tot Benassal, die bovendien ook nog eens in dalende lijn verlopen, rijd ik door, al gaat de regenjas er wel bij aan.
’s Avonds eet ik in de bar waar ik eerder die middag bier heb gedronken. Rond de stamtafel zitten nog dezelfde oude mannetjes als vanmiddag, ook nu weer met ieder een glas bier voor zich. Het geluidsvolume haalt het niet bij dat café waar ik gisteren een koffiestop hield, maar desalniettemin mag dit er ook zijn. Het luidkeels gevoerde gesprek gaat vooral tussen twee van die mannen, de één op een stoel aan de stamtafel en de ander een paar meter verderop aan de bar. De rest maakt de indruk al te veel bier op te hebben.
Donderdag 7 mei: Benassal - Allepuz (84 km)
Wanneer ik om halfacht vertrek is het slechts zes graden. Het noopt me mijn thermoshirt, beenstukken en windjack er bij aan te trekken. Mijn warme vest is gezien de temperatuur wellicht ook geen overbodige luxe, maar ik verwacht tijdens de beklimming die over een paar kilometer begint snel op te kunnen warmen. Gelukkig schijnt de zon volop, wat daar natuurlijk ook wel aan bijdraagt. Tijdens die beklimming zie ik Culla in de verte op haar bergtop liggen. Met de zon erbij ziet het er een stuk vriendelijker uit dan gisteren tijdens die stortbui.
De lovende woorden over het landschap die ik over de voorgaande dagen opschreef dienen enigszins te worden afgezwakt, want anders kom ik superlatieven tekort om het landschap van vandaag te beschrijven. Vandaag rijd ik namelijk door de wonderlijke wereld van de majestueuze Maestrazgo, met zijn ruige rotsen, lyrische leegten en schitterende stadjes. Daar dus. El Cid wist zijn marsroute wel uit te zoeken, al was het voor hem bepaald niet het gemakkelijkste stuk geweest. Voor mij ook niet trouwens, maar tot nu toe wel het mooiste stuk. Dat het hier mooi was wist ik natuurlijk al van de vorige keer dat ik door dit berglandschap fietste. De kans bestaat echter dat bij terugkeer naar een plaats of streek waar je een goede herinnering aan hebt, het alleen maar kan tegenvallen. Bijvoorbeeld omdat het slecht weer is of omdat het fietsen je zwaar valt. Of dat het beeld dat je hebt na verloop van tijd is geromantiseerd en dat het in werkelijkheid toch minder mooi was. Dat kan dan tevens ten koste gaan van de mooie herinnering die je had. Gelukkig is dat allemaal niet het geval. Integendeel, de mooie herinnering wordt alleen maar bevestigd en zelfs verrijkt door het feest der herkenning.
Volgens diverse weersapps zal het vanmiddag gaan regenen. Daarom heb ik nog maar geen hotel geboekt, ik zal dat onderweg wel doen, afhankelijk van hoe het weer zich ontwikkelt. Om elf uur ben ik al in Cantavieja, waar ik vier jaar geleden heb overnacht. Het weer is nog goed, dus ik besluit mijn verblijf in Cantavieja te beperken tot een lunch.
In Fortanete, de volgende mogelijke overnachtingsplaats, is het weer nog steeds goed. Weliswaar is de bewolking toegenomen, maar niet zodanig dat ik meteen moet vrezen voor langdurige regen. Zittend op een bankje langs de kant van de weg boek ik een kamer in Allepuz, de oorspronkelijk voorziene halteplaats voor vandaag. Ook tijdens het laatste stuk daar naartoe, waaronder nog twee bergen, blijft het gelukkig droog.
Allepuz blijkt een minuscuul bergdorp dat halverwege een afdaling tegen de bergwand ligt geplakt. Winkels en andere voorzieningen zijn er niet, behalve dan dat hostel en een daaronder gelegen eetcafé. Gelukkig gaat de keuken al om zeven uur open, zodat de te doden tijd deze keer niet zo lang is. Als vrijwel enige klant word ik bediend door een hippieachtige vrouw van middelbare leeftijd. Uit de luidsprekers aan de muur klinkt lang vergeten muziek uit de jaren zestig.
Vrijdag 8 mei: Allepuz – Teruel (60 km)
’s Ochtends zie ik op mijn weerapp dat het buiten slechts drie graden is. Boven nul, dat nog wel. Ik mobiliseer al mijn daartoe bedoelde kledingstukken om straks op de fiets zo warm mogelijk te kunnen blijven. Inclusief het warme vest dus dat ik gisteren nog in de fietstas liet zitten. Tijdens de eerste beklimming gaat het nog redelijk, maar een afdaling later neem ik totaal verkleumd mijn toevlucht tot een café in Cedrillas. Ondanks dat het nog geen tien uur is, zit het café al vol oude mannetjes, gezellig met elkaar keuvelend en op elke tafel een geopende fles wijn. Ik houd het wijselijk bij een kop koffie, het moment vrezend dat ik weer de kou in moet.
Wanneer dat moment onvermijdelijk toch komt, put ik moed uit het feit dat er net buiten het stadje een lange klim begint. Zelden heb ik me zo verheugd in een beklimming. Ik ben al een paar kilometer onderweg, wanneer blijkt dat de weg wegens werkzaamheden is afgezet. Er staat een man bij die me in woord en gebaar duidelijk maakt dat ik terug moet. Nu heb ik vlak voor Cedrillas wel gezien dat het verkeer naar Teruel wordt omgeleid, maar ik ging ervan uit dat ik er met de fiets nog wel langs kon. Dat is me tenslotte in dergelijke situaties meestal wel gelukt, al moest er eenmaal een graafmachine aan te pas komen. Discussie met de man mag helaas niet baten: ‘no passer!’. Er zit niets anders op dan helemaal terug te rijden naar het punt voor Cedrillas waar de wegomleiding begint. In totaal levert het me twaalf kilometers extra op. Het zijn overigens wel mooie kilometers: in plaats van over de brede doorgaande weg gaat het over rustige wegen met nauwelijks verkeer en prachtige uitzichten.
Eenmaal terug op de route gaat het overwegend in dalende lijn naar Teruel. Gelukkig is de temperatuur in vergelijking met vanmorgen wel wat opgelopen, al blijft een windjack nog wel steeds nodig. Ondanks het nog vroege tijdstip besluit ik daar te blijven. Na de intense bergetappes van de afgelopen dagen is een wat rustiger dag meer dan welkom. Bovendien heb ik na de verlaten bergdorpen van de afgelopen dagen wel weer eens behoefte aan wat stedelijk vertier.
Ik overnacht in hetzelfde hostel als vier jaar geleden. Klein en sober, maar pal in het uitgaanscentrum. Bij de receptie word ik geholpen door hetzelfde mannetje als toen. Hij herkent mij uiteraard niet, maar kijkt toch blij verrast op wanneer ik hem vertel dat ik hier eerder ben geweest. ’s Middags maak ik een wandeling door het centrum. Teruel staat bekend om zijn mudéjar kunst. Ik zet de bekende monumenten nog maar weer eens op de foto, het blijft mooi.
“De mudejar kunst ontwikkelde zich in de 12e eeuw in Aragon, als resultaat van de politieke, sociale en culturele omstandigheden die Spanje domineerden na de Reconquista. De kunstsoort werd beïnvloed door de islamitische traditie, maar weerspiegelt ook hedendaagse Europese stijlen, in het bijzonder die van de gotiek. Mudejar kunst was aanwezig tot het begin van de 17e eeuw en uitte zich in de architectuur door een uiterst verfijnd en inventief gebruik van baksteen en geglazuurde tegels, vooral terug te zien in de klokkentorens. De mudejar kunst van Aragon symboliseert het vreedzame samenleven van de islamitische, christelijke en joodse cultuur en de onderlinge uitwisseling van kennis en ervaringen.”
(Bron: website Unesco).
Helaas is van dat vreedzame samenleven tegenwoordig weinig meer te merken. Ook al niet overigens in de elfde eeuw, toen El Cid hier met zijn leger langs trok.
Zaterdag 9 mei: Teruel – Orihuela (80 km)
Al sinds ik de bergen ben ingetrokken, nu alweer vier dagen geleden, wordt door mijn weerapp steeds voorspeld dat het in de loop van de middag zal gaan regenen. Op een paar kortstondige buien na heb ik het steeds aardig droog kunnen houden. Wel was er een paar keer een close encounter, dus ergens heb ik ook wel geluk gehad. Voor vandaag is de weersverwachting nog somberder gestemd. Ik zal wel zien hoever ik kan komen.
Tot aan Albarracin rijd ik nog over bekend terrein. De rode rotsformaties in de Siërra Albarracin zijn andermaal indrukwekkend. Alleen die ene grote steen waarvan ik de vorige keer een foto heb gemaakt zie ik nergens meer terug. Die heeft men in de tussentijd toch niet weggehaald? Dat ik die niet heb opgemerkt lijkt me zeer onwaarschijnlijk. Of de steen moet naar beneden zijn gevallen, maar dan zou ik daarvan toch sporen terug moeten vinden.
In Albarracin begint het te druppelen, sein om een café in te duiken. Terwijl ik een goed belegde bocadillo wegwerk, raadpleeg ik nog maar eens mijn weerapp. Pas over een uur zal de volgende regenzone overtrekken. Dan kan ik dus nog wel een stukje verder fietsen. En zo verleg ik mijn grens nog een paar keer, met als gevolg dat ik uiteindelijk een volwaardige etappe afleg, met daarin zelfs een berg van zeventienhonderd meter. En dat alles zonder een spatje regen. De beklimming van die berg is mooi maar zwaar, de afdaling fabelachtig: meer dan tien kilometer met hoge snelheid naar beneden en prachtige uitzichten. Die afdaling stopt pas bij het binnenrijden van Orihuela.
Orihuela is een klein stadje met een imposante kerk in het midden. Wel weinig voorzieningen: een supermarkt die op zaterdag al vroeg gesloten is en twee eetcafés. Het ene café is nog dicht wanneer ik daar om zeven uur voor de deur sta, het andere is gelukkig wel open. Het eten wordt er echter pas opgediend vanaf tien uur, een tijdstip waarop ik al op bed pleeg te liggen. Ze verwijzen me naar de andere bar, die binnenkort wel open zal gaan. In afwachting daarvan drink ik temidden van wat lokale gasten een glas bier.
Zondag 10 mei: Orihuela – Molina (55 km)
Vandaag zal ik Jaap ontmoeten in Molina de Aragon. Voor mij betekent dat een etappe van nog geen zestig kilometer, die ook nog eens in overwegend dalende lijn verloopt. De uitdaging zit hem meer in de kou en de regen. In tegenstelling tot de afgelopen dagen komt deze keer de weersvoorspelling namelijk wel uit, met als gevolg dat ik gedurende wat langere tijd in de regen moet rijden. Hemelsbreed is Jaap slechts zevenentwintig kilometer van mij verwijderd. Ook hij heeft daarom met die regen te maken. Hij heeft echter meer kilometers en vooral hoogtemeters voor de boeg.
In het verlaten gebied zijn er vrijwel geen gelegenheden om ergens binnen te gaan zitten. Pas een kilometer of twintig voor Molina dient het eerste café zich aan, net voorbij het punt waar de route van Jaap zich zal samenvoegen met die van mij. Ik nestel me strategisch aan het raam, met mijn fiets duidelijk zichtbaar vanaf de weg. Mocht Jaap langskomen, dan zullen we elkaar niet kunnen missen. Binnen is het warm en droog, de koffie smaakt goed en de muziek (met video) is uitstekend (onder andere Eagles, Dire Straits en Simple Minds). Op mijn telefoon zie ik dat Jaap op dat moment nog zestien kilometer verwijderd is. Over de weg is dat naar schatting het dubbele, te ver om daar nog op te wachten. Ik zal hem wel in hotel San Francisco in Molina ontmoeten (niet te verwarren met hotel California, waar je wel in kunt checken, maar nooit meer weg kunt).
Anderhalf uur na mij meldt ook Jaap zich in het hotel. Met mijn telefoon in aanslag sta ik hem aan de kant van de weg op te wachten. Helaas mislukt de video van zijn heroïsche aankomst jammerlijk. In plaats daarvan is slechts een schokkerig beeld te zien van een stuk asfalt, omdat ik de opname pas start wanneer ik denk die juist te stoppen. Na onze begroeting vallen binnen de kortste keren de woorden kou en regen, in combinatie met het daar wel klaar mee zijn.
Hoewel de naam anders doet vermoeden, ligt Molina niet in Aragon, maar in Castilla - La Mancha. Dat heeft te maken met een grenswijziging uit het verleden. Daarvoor behoorde Molina ook al tot Castilla, maar na een oorlog tussen Castilla en Aragon kreeg de koning van Aragon kortstondig de zeggenschap over de stad. Na het huwelijk tussen een Castiliaanse prins en een Aragonese prinses werd de stad als bruidsschat weer teruggegeven aan Castilla.
Ons hotel ligt in het centrum, tegenover een kerk. Ik heb deze fietsvakantie wel eens mindere uitzichten gehad, zoals die blinde muur in Teruel. In de regen gaan we op zoek naar een reeds geopende eetgelegenheid, maar vanwege het vroege tijdstip is de keuze beperkt. Het blijft daarom bij een eenvoudig hap in een café, maar gezien onze trek gaat dat er wel goed in.
Maandag 11 mei: Molina – Sabiñan (102 km)
De weersvooruitzichten op de route van de komende dagen geven weinig reden tot optimisme. Het zal meer van hetzelfde worden, dus een voortzetting van het koude en buiige weer van de afgelopen dagen. We besluiten daarom het roer om te gooien. In plaats van over de Camino del Cid verder naar het westen te fietsen, rijden we vanuit Molina via de España-route in meer noordelijke richting. We spelen zo in op twee meteorologische fenomenen. We verlaten daarmee de hoogvlakte (immers, hoe lager hoe warmer) en bovendien zullen we zo oostelijker blijven, waar het naar verwachting de komende dagen minder koud en nat is.
Het blijkt een juiste keuze, want hoewel het in het begin nog fris is, breekt in de loop van dag de zon steeds meer door. De jasjes en beenstukken verdwijnen dan ook al gauw in de fietstassen. Op de schoonheid van de omgeving hebben we bepaald niet ingeboet. Het is een open en verlaten gebied met regelmatig prachtige uitzichten. Geleidelijk dalen we zo steeds verder af naar de Ebrovlakte. De Ebro zelf zullen we echter pas morgen bereiken.
In ditzelfde gebied ben ik in het jaar tweeduizend ook geweest, tijdens mijn fietstocht van Portugal naar Griekenland. Van die tocht kan ik me het klooster vlak voor Nuevalos nog wel herinneren. Toentertijd heb ik niet de moeite genomen even van de weg af te gaan om dat van dichtbij te bekijken. Dit is mijn kans om dat recht te zetten. Omdat het klooster verscholen ligt in de bossen, zien we er ook nu niet veel van. En om nu kaartje te kopen en een uur lang (of meer) het klooster van binnen te bekijken, dat is het ons nu ook weer niet waard. In plaats daarvan lunchen we in het naastgelegen restaurant en kopen we aansluitend wat souvenirs in het onvermijdelijke souvenirwinkeltje.
Ook het nauwe kloofdal van de Rio Jalón even voorbij Calatayud staat me nog goed bij. Ik weet nog zelfs op welke dag ik hier was, namelijk op veertien mei, de verjaardag van mijn moeder. Vanuit Calatayud belde ik haar toen op, tijdens haar verjaardagsfeest op de camping van Smilde.
Op het punt waar het dal weer wat breder wordt ligt Sabiñan. Volgens Booking is hier een pension, maar omdat er nog enkele kamers vrij zijn hebben we bewust nog niet geboekt. Booking verdient al genoeg aan ons. Het kost ons enige moeite het pension te vinden, zelfs wanneer we er pal voor de deur staan. Totdat we iets hoger op de gevel een bordje ontwaren met daarop een telefoonnummer. Vijf minuten na ons telefoontje komt er een man aanrijden en opent de deur voor ons. De toegewezen kamer is erg klein, de bedden passen er amper in. Voor één persoon is het al aan de krappe kant, laat staan voor twee. We vragen daarom om nog een extra kamer, maar dat is volgens hem niet mogelijk. Ik merk op dat er anders volgens Booking nog wel kamers beschikbaar zijn. Nadat hij zich even verwijderd heeft, krijgen we alsnog een tweede kamer toegewezen. Kennelijk heeft hij iets met Booking kunnen regelen of gokt hij erop dat er vandaag verder niemand meer komt.
In het zonnetje genieten we even later van een biertje op een nabijgelegen terras. We beraadslagen hoe we morgen verder zullen fietsen: doorrijden over de España-route of eerst nog een stuk verder naar het oosten via de Ruta Iberica van Benjaminse. We besluiten er nog een nachtje over te slapen.
Dinsdag 12 mei: Sabiñan – Zaragoza (97 km)
Na een kilometer of vijf slaan we bij Mores rechtsaf. Gezien het onveranderde weerbeeld hebben we besloten verder de Ruta Iberica te volgen, de meest oostelijke variant. De kans op slecht weer wordt daarmee verder verkleind. Niet onbelangrijk, omdat we later deze week de Pyreneeën nog over moeten steken. We volgen nog steeds de Rio Jalón, maar van een kloofdal is allang geen sprake meer. Gaandeweg wordt het dal steeds breder, totdat het uiteindelijk opgaat in het nog veel bredere dal van de Ebro.
Ook vandaag is het zonnig en aangenaam, waarmee de juistheid van de gemaakte routekeuze nog eens wordt bevestigd. De donkere luchten die in de tweede helft van middag aan de horizon verschijnen doen daar niets aan af.
(Deze alinea is van Jaap).
Naarmate we dichter bij Zaragoza komen wordt het steeds drukker op de weg. Ook liggen er meer steden en dorpen langs de route. Vergeleken met eerder deze fietstocht zien die er een stuk welvarender uit. Meer nieuwbouw en minder verlaten en deels ingestorte huizen. Zoals in zoveel landen is ook in Spanje het welvaartsverschil tussen stad en platteland onmiskenbaar. Ook de minder positieve kenmerken van het verstedelijkt gebied dienen zich aan, zoals vuilnisbelten, industrieterreinen en uitlaatgassen. Verrassend aangenaam zijn daarom de laatste kilometers over een autovrij gravelpad tot in het centrum van Zaragoza.
Daar hebben we het gebouw waar we een appartement hebben geboekt snel gevonden. Omdat we iets te vroeg zijn, duurt het even voor we via whatsapp de code van het sleutelkluisje ontvangen. Eenmaal binnen is het niet meteen duidelijk waar ons appartement zich bevindt. Terwijl ik met de fietsen beneden in de hal blijf wachten, stapt Jaap met de fietstassen in de lift om die alvast naar boven te brengen. In het open trappenhuis hoor ik boven mij de liftdeur op elke etage open en vervolgens weer dichtgaan. Iedere keer klinkt er een vrouwenstem die iets zegt over puerto en cierra (‘sluit de deur’ of iets dergelijks veronderstel ik). Wellicht zet hij steeds een tas tegen de deur om rustig rond te kijken op de betreffende etage en zo te voorkomen dat de lift er zonder hem met de tassen vandoor gaat. Op mijn vraag of hij het al gevonden heeft antwoordt Jaap ontkennend. Even later gaat de liftdeur beneden in de hal weer open en stapt hij weer naar buiten, met de fietstassen nog in de lift. Nog steeds niet dus. Ondertussen heb ik van de verhuurder een bericht ontvangen dat ons appartement zich op de derde etage bevindt, achter deur D. Enigszins verwarrend, omdat we eerder de letter J hebben doorgekregen (maar die blijkt dus alleen voor het sleutelkluisje te gelden). Opnieuw stapt Jaap in de lift. Even later maak ik uit het gestommel met fietstassen en een soort vreugdekreet op dat hij het appartement gevonden heeft.
Het stadscentrum ligt op enkele kilometers afstand van ons appartement. Langs de Ebro lopen we er naartoe. De belangrijkste attractie is wel de kathedraal, ingeklemd tussen de rivier en het uitgaanscentrum. We maken er een paar mooie plaatjes van. Daarna wordt uiteraard dat uitgaanscentrum met een bezoek vereerd. Overal goedgevulde terrassen, maar gelukkig kunnen we nog ergens een plekje in de schaduw bemachtigen. Wat een contrast, nog geen twee dagen geleden smachtten we naar een beetje zon en een beetje warmte, en nu doen we ons best om ergens in de schaduw te kunnen zitten.
In een eetcafé bestuderen we de in het Spaans opgestelde menukaart, maar we komen er niet helemaal uit. De gerechten die bij de mensen naast ons op tafel staan zien er wel aantrekkelijk uit. We vragen hen of het lekker is, wat men volmondig beaamt. Het blijkt een Nederlands echtpaar, uit Eindhoven notabene. Ze hebben er wel schik in dat hun keuze ons op een idee heeft gebracht. Even hiervoor stonden ze voor dezelfde opgave en hebben toen maar wat besteld. Het blijkt een uitstekende keuze te zijn (iets met lamsvlees). Wanneer we aan het eten zijn, zie ik een ander stel een paar maal naar ons tafeltje kijken. Even later maken ze de serveerster duidelijk dat zij dat ook willen. Het Nederlands echtpaar ziet het allemaal gebeuren en voelt zich vereerd dat ze zoveel navolging krijgen.
Woensdag 13 mei: Zaragoza – Ayerbe (92 km)
We verlaten Zaragoza op dezelfde manier als we gisteren zijn aangekomen, namelijk via een gravelpad. Deze keer is dat een stuk korter. Wel zijn er een paar hindernissen waar even gekluund moet worden, zoals een door gras overwoekerd voetpad van enkele decimeters breed, een weggeslagen stuk fietspad langs de rivier en een brug over diezelfde rivier waarvan eerst het talud lopend beklommen moet worden. En tussendoor moeten we ook nog rekening houdend met joggers en wandelaars (al dan niet met hond), die van hetzelfde pad gebruik maken.
Eenmaal buiten de stad heeft in de open vlakte de stevige noordwestenwind (windkracht vijf) vrij spel. Die hebben we dus schuin tegen. Het is daarbij zaak om in de eerste waaier te blijven zitten. Gelukkig lukt ons dat meestal wel, in elk geval zit één van ons altijd wel voorin.
Het is een stralende dag, met veel zon en af een toe wat wolken. Vanuit de verte komen de donkere silhouetten van de bergen aan de horizon steeds dichterbij. Naarmate we verder komen wordt het steeds heuvelachtiger en worden de uitzichten fraaier.
(Deze alinea is van Jaap).
Tegen lunchtijd verlaten we tijdelijk de route en rijden een paar honderd meter steil omhoog naar een dorpje waar een café zou moeten zijn. Bij binnenkomst blijkt dat de halve seniorenpopulatie van het dorp zich in het café annex dorpshuis verzameld heeft. Ze zijn eensgezind en toegewijd bezig de caféhouder van zijn voorraad cerveza en vino af te helpen. Sergio (de kroegbaas) heeft het er maar druk mee en het duurt een half uur voordat hij onze broodjes ham en kaas klaar heeft. Dat biedt ons de gelegenheid de plaatselijke senioren wat nader te bekijken en te beluisteren. Waar hebben ze het over en wat speelt er allemaal in zo’n geïsoleerde dorpsgemeenschap? Helaas zal dat voor ons altijd in raadselen gehuld blijven, want we verstaan er werkelijk niets van. Hiervoor zijn verschillende verklaringen mogelijk.
- Ze spreken een onverstaanbaar streekdialect.
- Hun kunstgebit zit niet goed vast of ligt nog thuis op de wastafel.
- Het gaat te goed met het soldaat maken van het bier en de wijn van Sergio, waardoor de articulatie wat afneemt.
- Of moet de conclusie toch zijn dat twee maanden lang trouw elke avond oefenen met Duo Lingo niet genoeg is om Spaans te leren?
Na deze ontnuchterende constatering vervolgen we onze weg naar het noorden. De wind weet van geen wijken en lijkt zelfs in kracht te zijn toegenomen. We zijn dan ook blij dat we in Ayerbe eindelijk de benen kunnen stilhouden. Daar worden we al opgewacht door de hotelhoudster. Ze zit op hete kolen, want straks moet ze haar dochter ophalen uit school.
De restaurants in Ayerbe zijn vandaag gesloten, maar gelukkig kunnen we ook in ons hotel terecht. Voordat we dat doen, lopen we eerst naar het dorpsplein en nemen daar plaats op een terras, in de zon en uit de wind. Omdat ook het bijbehorende café gesloten is, kopen we twee flessen bier en wat olijven bij een supermarkt.
Vanaf hier is het nog twee dagen fietsen naar Pau, de geplande eindbestemming van onze fietstocht. Omdat we in Molina de El Cid route hebben verlaten en zo een stuk hebben afgesneden, zullen we daar vijf dagen eerder zijn dan gepland. We zouden natuurlijk nog door kunnen fietsen naar Bergerac, waar volgende week vrijdag pas ons vliegtuig vertrekt. Daar hebben we echter geen zin meer in, temeer omdat het weer in Zuid-Frankrijk niet al te best is. We besluiten daarom onze vliegreis om te boeken naar aanstaande maandag. Vanaf Pau is het met de trein een dag rijden naar Bergerac, dus dan zijn we nog steeds ruim op tijd. We hadden natuurlijk al eerder kunnen omboeken, maar we hebben dat bewust uitgesteld tot het moment we voldoende zekerheid hadden dat we dat konden halen. En dat is nu dus.
Donderdag 14 mei: Ayerbe – Biescas (85 km)
Zoals wel vaker word ik tegen een uur of vier wakker. Meestal lees ik dan wat in mijn boek op de telefoon. Het is een verzamelbundel van Bob den Uyl, getiteld ‘Het reizen vereist sterke zenuwen’. Eén van de daarin opgenomen verhalen is ‘Donker Spanje’. Anders dan die titel doet vermoeden gaat het niet over koud en regenachtig weer (wat meer een thema is van onze fietstocht), maar over reizen met het openbaar vervoer. In zijn bekende droogkomische stijl doet de schrijver daarin verslag van zijn lotgevallen. Treinen die niet rijden, lange wachtrijen bij taxi’s en lokettisten die zich niet erg bereidwillig tonen de vreemdeling, die in dit alles zijn weg probeert te zoeken, van dienst te zijn. Heel herkenbaar allemaal en bovendien bijzonder vermakelijk, tenminste zolang je dat soort zaken zelf niet overkomt.
Deze nacht bekijk ik alvast de treinreizen van Pau naar Bergerac. Ik ontdek daarbij tot mijn schrik dat er dit weekend vanwege werkzaamheden geen treinen zullen rijden tussen Dax en Bordeaux. Pas later op de zondag wordt daar de dienstregeling weer hervat. Dat betekent dat we pas zondagavond in Bergerac zullen aankomen. Nog steeds op tijd, maar dan mag er verder geen kink meer in de kabel komen. Anders kunnen we straks die vliegreis nog een keer omboeken. Ik leg mijn telefoon weer terug en probeer nog wat te slapen. Morgen zien we wel verder.
Na overleg met Jaap boek ik ’s morgens meteen een treinreis voor zondag, voordat die straks allemaal volgeboekt zijn. Wanneer er zo weinig treinen rijden, dan is dat natuurlijk te verwachten. Ik vergeet daarbij in eerste instantie een plaats te reserveren voor de fietsen. Wanneer ik dat alsnog probeer te doen, dan blijkt dat niet meer mogelijk. Wel in een volgende trein. Dus nog maar twee tickets gekocht (helaas kunnen de eerder gekochte tickets niet ingewisseld worden), nu inclusief reservering voor de fietsen. Nadeel is alleen dat we pas om elf uur ’s avonds in Bergerac zullen aankomen. Maar het is gelukt, de terugreis is geregeld. Langzaam verdwijnt de adrenaline weer uit mijn bloed. Bob den Uyl heeft gelijk, het reizen vereist sterke zenuwen.
Na het ontbijt in de eetzaal nemen we afscheid van het hotelechtpaar. Het zijn hartelijke mensen en we hebben het hier dan ook goed naar onze zin gehad. Het driegangendiner gisteravond smaakte uitstekend en ook het ontbijt van vanmorgen was goed verzorgd. De vrouw kijkt wel bedenkelijk wanneer we zeggen dat we vandaag naar Biescas willen. Ze houdt daarbij haar vlakke hand schuin omhoog om uit te beelden dat er dan fors geklommen moet worden. We lachen het weg, morgen zal het pas serieus klimmen worden.
Bij de supermarkt kopen we proviand in voor onderweg. Het terras waar we gistermiddag bier hebben gedronken is nu leeg. Ook de wat oudere man die gisteren naast ons zat en voortdurend half omgedraaid in zijn stoel naar ons zat te staren is er niet. Misschien heeft hij last van zijn nek gekregen.
Met gelukkig wat minder wind dan gisteren zetten we onze tocht naar het noorden voort. Dat komt mede omdat we steeds meer omringd worden door bergen, die naarmate we noordelijker komen ook steeds hoger worden. Het hoogste punt op de grens met Frankrijk zullen we pas morgen bereiken, maar aan het einde van de dag komen de met sneeuw bedekte toppen al wel in zicht. Althans voor zover de nevelslierten dat toelaten. Kouder wordt het ook en er valt zelfs af en toe wat regen. Na een paar warme en zonnige dagen is dat toch weer even wennen.
Voordat we in Biescas naar ons geboekte appartement rijden, bezoeken we eerst nog een apotheker. Jaap wil daar iets halen dat hij op zijn ontstoken teennagel kan smeren. De laatste dagen begint hij daar namelijk steeds meer last van te krijgen. Even later komt hij weer naar buiten en zegt dat hij eerst naar de nabijgelegen huisartsenpost moet voor een recept. Dat krijgt hij, maar hem wordt wel aangeraden morgen een dag rust te nemen.
Biescas is een klein stadje aan de voet van de Pyreneeën. Vanaf hier zal het morgen omhoog gaan, over de Col du Portalet. Het doet enigszins denken aan een wintersportplaats, zeker nu het weer wat kouder wordt. Er zijn wat cafés en restaurants waar we respectievelijk een drankje en een hapje kunnen doen. Wel gezellig al met al.
Vrijdag 15 mei: Biescas - Pau (54 km)
De afgelopen dagen hebben we het weer voor vandaag, de dag dat we de Pyreneeën zullen oversteken, nauwlettend in de gaten gehouden. Per dag zagen we de weersvoorspelling verslechteren, maar we hielden goede moed. Vanmorgen zegt het weerbericht dat het gaat sneeuwen op de Col du Portalet, met een gevoelstemperatuur van onder nul. Bovendien staat er een sterke noordenwind en zal het aan de Franse kant van de berg langdurig gaan regenen. Dat betekent dat behalve de beklimming ook de afdaling een uitdaging zal worden.
Verschillende opties passeren in korte tijd de revue.
1. Vasthouden aan het oorspronkelijke plan en onverdroten die berg op fietsen, de weersomstandigheden trotserend. Mocht het te bar worden, dan zijn er onderweg nog wel een paar mogelijkheden om een hotel op te zoeken.
2. Ons met een taxi naar de Franse kant laten vervoeren. Maar waar vinden we zo snel een taxi waar ook de fietsen in mee kunnen?
3. Met de trein naar een dal verderop, waar een bus naar de Franse zijde zal rijden. We moeten dan eerst wel twintig kilometer terugfietsen naar het dichtstbijzijnde treinstation. Daarnaast is het nog maar afwachten of de fietsen mee kunnen in die bus.
4. Met de trein in twee dagen via Zaragoza naar Hendaye rijden. Een hoop gedoe.
5. Nog een dag in Biescas blijven en hopen op beter weer. Voordeel is dat Jaap zijn gekwetste teennagel wat rust kan geven. Nadeel is echter dat we ons vandaag dan waarschijnlijk stierlijk zullen vervelen en de kans lopen dat de situatie morgen niet wezenlijk anders zal zijn.
Tijdens het eerste deel van de beklimming ziet het er nog wel aardig uit. Het is droog en af en toe laat de zon zich zelfs even zien. De witte toppen die we gisteren vanuit de verte hebben zien liggen komen steeds dichterbij. Prachtig! Gaandeweg wordt het zicht echter minder en een tiental kilometers onder de top begint het zelfs licht te sneeuwen. Dat wordt daarna alleen nog maar erger. Het laatste stuk rijden we zelfs door een witte wereld. De associatie met wintersport wordt nog eens versterkt door de aanwezigheid van (weliswaar gesloten) skipistes en hotels. Vooralsnog laten we die hotels echter aan ons voorbijgaan.
Voorbij de top aan de Franse kant is de situatie al niet veel beter. Er ligt zelfs meer sneeuw. We prijzen ons gelukkig dat we een tijdlang achter een sneeuwschuiver aan kunnen rijden, die zo het pad voor ons effent. Toch is het zaak behoedzaam te blijven rijden, want het is spekglad. Uiteindelijk bereiken we veilig Laruns. Daar zet de taxi ons af aan de rand van het stadje. Die taxi heeft de verhuurster van ons appartement in Biescas voor ons geregeld.
In Laruns begint dan met enige vertraging dus onze fietstocht van vandaag. Het weer is hier een stuk beter dan op de Portalet, al moeten we de regenkleding er wel bij aanhouden. Langzamerhand verlaten we zo de Pyreneeën weer, met zo nu en dan prachtige uitzichten op de bergen, die er nu weer vredig bij liggen.
De rest van de avond is het op wat lichte spetters na droog. Dat stelt ons in staat een korte wandeling door het centrum te maken. Het is wel weer eens prettig om in een grote stad te zijn, met bijbehorende vertier. We zitten in hetzelfde hotel waar ik twee jaar geleden ook heb overnacht, vlakbij de Boulevard des Pyrénées, waar vandaan je een prachtig uitzicht op de Pyreneeën hebt. Met behulp van het onvermijdelijke panoramaplateau proberen we de Col du Portalet te traceren, maar die is nog steeds in nevelen gehuld.
Zaterdag 16 mei: Pau - Dax (98 km)
Pau is een mooie stad, ook wanneer het koud en nat is. Maar ook weer niet zo mooi dat we daar nog een dag willen blijven. Dus maar weer op de fiets gestapt. We volgen daarbij grotendeels een fietsroute langs Ousse, de rivier die onder andere ook door Lourdes en Pau stroomt.
(Deze alinea is van Jaap).
Op deze laatste dag van onze fietstocht reizen de weergoden als ongenode gasten met onze afscheidstournee mee. Bij wijze van cadeau krijgen we een meteorologisch cocktail met uiteenlopende ingrediënten. Pluvius, als god van de regen, heeft een flinke vinger in de pap bij het samenstellen van de mix. Freyr, god van de zonneschijn, heeft daarentegen weinig te vertellen; zijn inbreng blijft beperkt tot enkele korte opklaringen. Aeolus, de officiële bewaker van de winden, houdt deze de meeste tijd goed opgesloten, maar kan het niet laten af en toe Boreas op ons los te laten met zijn ijzige noordenwind. Chione, de dochter van Boreas en tevens de godin van de sneeuw, heeft het nog te druk op de Pyreneeën toppen. Zij is er dus vandaag niet bij. Dat geldt ook voor Donar, zodat behalve sneeuw ook donderbuien ons bespaard blijven.
Het eerste uur rijden we in de stromende regen. Aan de vele plassen op het wegdek is goed te zien dat het hier ook de afgelopen dagen flink heeft geregend. Omdat we overwegend over gravelpaden rijden, zitten onze fietsen en fietstassen na verloop van tijd dan ook onder de modder. Zelf komen we ook niet geheel ongeschonden uit de strijd. Na dat eerste uur wordt het wel weer wat beter, al krijgen we regelmatig weer een bui over ons heen. Maar we zullen niet klagen, want het is onze eigen keuze geweest weer te gaan fietsen, terwijl we ook in Pau hadden kunnen blijven.
Het is trouwens een verademing om weer eens Frans te kunnen spreken in plaats van Spaans. Dat gaat ons toch een stuk gemakkelijker af, al kwamen er in het begin nog wel wat Spaanse woorden uit onze mond. Na het uitspreken van het inmiddels ingeslepen riedeltje ‘un café solo y un café con leche’ was het toch even afwachten waar de serveerster vanmorgen in Pau mee zou komen. Het werden twee cafés noirs, waarbij ze aangaf dat de rest iets later zou komen. Zou ze het nou niet goed begrepen hebben en straks nog met twee cafés au lait komen? Toen we onze koffie op hadden, kwam ze aanzetten met een kannetje melk. Die heeft Jaap dan maar gewoon opgedronken.
(Deze alinea is van Jaap).
Onderweg hebben we een leuke stop op een terrasje waar een aantal mannen van Marokkaanse afkomst van hun zaterdagochtendkoffie zitten te genieten. Speciaal voor ons maken ze een tafeltje vrij en halen zelfs koffie voor ons. Ze steken hun bewondering voor onze prestatie niet onder stoelen of banken. Helemaal op de fiets? Sans electricité? Olala! Voorzichtig informeren ze naar onze leeftijd. Bernard is zo onvoorzichtig hen te laten raden, met het risico dat ze ons (veel) te oud zullen schatten. Wat ook prompt gebeurt. We schrijven het maar toe aan onze verregende kapsels en ongeschoren gezichten. Normaal zien we er toch echt tien jaar jonger uit dan onze werkelijke leeftijd.
Het geboekte appartement in Dax blijkt onderdeel van een kuuroord. Behalve ons appartementencomplex staan er nog een paar gebouwen waar kuurgasten kunnen overnachten. En natuurlijk warmwaterbaden en andere bij een kuuroord horende voorzieningen. Jaap heeft geregeld dat we hier tot morgenmiddag kunnen blijven, in afwachting van de trein naar Bergerac.
Voor de laatste keer deze fietsvakantie volgen we het gebruikelijke ritueel van douchen, Strava-verslag maken en bierdrinken. Dat bierdrinken combineren we deze keer met de avondmaaltijd, omdat we redelijk laat voor ons doen zijn aangekomen. De maaltijd (couscous) bij het naastgelegen Tunesisch restaurant smaakt voortreffelijk, het beste dat we de afgelopen weken voorgeschoteld hebben gekregen.
Zondag 17 mei: treinreis naar Bergerac
Uiterst relaxed beginnen we de dag met een ontbijt op ons balkon. Het voordeel van een appartement is dat je over een keuken beschikt en dus zelf koffie kunt zetten. Voordat we vanavond op de trein stappen, willen we eerst onze fietsen schoonmaken. Dat doen we in een autowasserette. In het Frans heet dat lavage, wat sterk lijkt op het Albanese lavash, die we vorig jaar in Albanië veelvuldig hebben gezien. Het kan haast niet anders of dat is een Frans leenwoord. Trots poseren we daarna naast onze weer blinkende fietsen.
Halverwege de middag melden we ons al op het station. Bij de lokettiste vragen we voor de zekerheid of er echt geen eerdere mogelijkheden zijn om naar Bordeaux te reizen. Ook zij komt echter tot de conclusie dat alles volgeboekt is, ook voor wat betreft de fietsen. Maar ze raadt ons aan het maar gewoon te proberen bij de eerstvolgende trein naar Bordeaux. Hoewel die behoorlijk vol zit, lukt het ons een plaatsje te bemachtigen op het balkon naast onze fietsen. In Bordeaux stappen we over in de trein naar Bergerac. Ook daar is nog genoeg plaats. In tegenstelling tot de eerste trein komt er nu wel een conducteur langs. Routinematig controleert hij onze kaartjes en loopt weer verder. Kennelijk is het geen probleem dat die kaartjes voor een latere trein zijn.
Ons hotel bevindt zich aan de noordkant van Bergerac, op een paar kilometer afstand van het centrum. Het enigszins gedateerde hotel ligt verscholen in een grote weelderige tuin, bijna een park. De eigenaar, die zelf ook al op leeftijd is, wordt helemaal lyrisch als hij over die tuin vertelt, welke planten er groeien en welke vogels je er ’s morgens vroeg kunt horen. Verder is hij toch vooral wat klagerig. De zaken gaan niet al te best meer. Vanwege de gedwongen sluiting tijdens corona is al het toenmalige personeel vertrokken en daarna niet meer teruggekeerd. Als de zaken niet verbeteren, dan wordt dat zijn dood, zo vertrouwt hij ons toe.
Mede vanwege dat gebrek aan personeel is het restaurant vanavond gesloten. Met de fiets rijden we naar het centrum om daar te gaan eten. En passant kijken we wat rond, onder andere bij het standbeeld van Cyrano de Bergerac en aan de Dordogne.
Maandag 18 mei: terugreis
Volgens afspraak melden we ons om halftien bij Perigord Cycles. De fietsdozen staan al voor ons klaar en ruim een uur later is alles ingepakt. De baas zelf brengt ons vervolgens met een busje naar het vliegveld. En dat alles voor slechts vijftig euro. Wat een service.
Op het vliegveld kan vervolgens het lange wachten beginnen. Ons vliegtuig vertrekt pas om drie uur vanmiddag. Bij gebrek aan restauratieve voorzieningen behelpen we ons met water en snacks uit een automaat en het vanochtend in Bergerac gekochte brood.