Praag en Dresden
Praag en Dresden
Thuringen / Beieren
0. Eisenach
1. Schleusingen
2. Lichtenfels
3. Fichtelberg
Bohemen (tot Praag)
4. Cheb
5. Konstantinovy Lazne
6. Komarov
7. Praag (rustdag)
Noord-Bohemen / Saksen
8. Roudnice nad Labem
9. Dresden (trein)
Dinsdag 30 juni: Eisenach - Schleusingen (91 km)
In het coronajaar 2020 fietsten Nanco en ik via de Praagroute vanuit Nederland naar het voormalige IJzeren Gordijn. Vanaf daar keerden we destijds via een andere route terug. Dit jaar pakken we de draad weer op: eerst door naar Praag en daarna via de Elberoute verder naar Dresden.
Gisteren zijn we vanuit mijn huis met de auto naar Eisenach gereden, even voorbij het punt waar we zes jaar geleden de Praagroute verlieten. Al vroeg in de middag kwamen we aan, zodat er genoeg tijd was om de stad te verkennen. Eisenach blijkt een alleraardigst stadje waarvan het historische centrum grotendeels bewaard is gebleven, omdat het tijdens de Tweede Wereldoorlog niet, zoals veel andere Duitse steden, zwaar door geallieerde bombardementen is getroffen. De stad is onder meer bekend als geboorteplaats van Johann Sebastian Bach en als plaats waar Maarten Luther enige tijd op de Wartburg verbleef. Voor beide historische figuren is er een standbeeld opgericht.
De camping ligt tien kilometer ten zuiden van Eisenach. Vanmorgen hebben we daar de auto achtergelaten en zijn op de fiets gestapt. Over twee weken zullen we die weer komen ophalen.
Het grootste deel van de dag rijden we door het groene dal van de Werra, met veel fietspaden en rustige landwegen. Veel stadjes komen we niet tegen, dus het duurt even voordat we aan onze koffiestop toekomen. Door de toegenomen dorst besluiten we daar geen koffie maar cola te bestellen. Het is van een onbekend lokaal merk, dat nergens naar smaakt. Met moeite werk ik het naar binnen, vooral omdat ik toch voldoende vocht wil binnenkrijgen. Nanco haakt al na een half flesje af. Dan liever nog maar wat lauw water uit de bidon.
Op het zelfde terras werken ook een paar mannen een wat ongedefinieerde warme hap naar binnen. Te oordelen naar de geparkeerde auto’s zijn het vooral mannen met een fysiek beroep. De braadworsten zien er echter wel aantrekkelijk uit. Om straks tijdens het fietsen oprispingen van vet te voorkomen, houden we het echter bij een broodje kaas.
De route blijft rustig en mooi, maar wordt daardoor op den duur ook wat eentonig. Omdat ik afgelopen nacht weinig heb geslapen — mede doordat ik toch nog naar de tweede helft van Nederland tegen Marokko heb gekeken, iets wat ik gezien het teleurstellende spelbeeld en de dito uitslag achteraf beter niet had kunnen doen — valt het fietsen me zwaar. Onder een afdakje langs de kant van de weg houden we daarom halverwege de middag een langere rustpauze.
Vanaf het naastgelegen sportcomplex komt een man aangelopen, met de vraag of iemand kan helpen een bierkoeler uit zijn auto te tillen en naar de kantine te brengen. Omdat ik al languit in het gras lig, loopt Nanco met hem mee. Ik roep hem voor de grap na twee bier mee terug te nemen. Even later komt hij terug, uiteraard zonder bier. Nadat de man klaar is met zijn werk vertrekt hij weer in de auto. Wanneer hij ons passeert, draait hij het raampje open en vraagt hoelang we nog willen blijven zitten. Tien minuten? Nou, dan zal hij zo nog even bier voor ons brengen. Vijf minuten later zitten we met zijn drieën gezellig een flesje bier te drinken en uitgebreid te kletsen over van alles en nog wat.
Erg leuk natuurlijk, maar we moeten hierna nog wel dertig kilometer fietsen. Ik vrees dat het fietsen me nog zwaarder zal gaan vallen. Het tegendeel blijkt echter het geval. Met hernieuwde energie gaat het ineens een stuk beter. Is het de rustpauze, de toegenomen bewolking of toch het bier?
Om bij de camping te komen, verlaten we bij Kloster Veßra de route. Vanaf de buitenkant is helaas weinig van het klooster te zien. We rijden hier over een drukke weg, waar de auto’s ons met hoge snelheid passeren. Al gauw verlangen we weer terug naar het wat saaie Werratal. Gelukkig kunnen we na een kilometer of vijf de weg weer verlaten en verder fietsen over een gravelpad.
De camping ligt aan een stuwmeer. In plaats van een douche nemen we daarom een duik in het water. Heerlijk! Naast de receptie ligt een snackbar, waar we iets kunnen eten. Dat scheelt ons weer twee keer vier kilometer fietsen naar het dichtstbijzijnde restaurant. We moeten ons echter wel haasten, want om zes uur sluit de tent al weer.
Woensdag 1 juli: Schleusingen - Lichtenfels (71 km)
Afgelopen nacht werd ik om een uur of twee wakker van het onweer. Ondanks het gedonder konden we het gekakel van de twee vrouwen aan de overkant van het pad nog steeds horen. Sliepen die nog steeds niet of waren die ook wakker geschrokken? Gisteren hebben we dat geklets ook al de hele avond moeten aanhoren. Het onweer ging gepaard met behoorlijk wat regen, maar op wat natte plekken na heb ik redelijk droog kunnen houden.
Om weer terug op de route te komen moeten we eerst een paar heuvels over. Het weerzien met de Werra is echter van beperkte duur, want aan de andere kant van het dal verlaten we de rivier definitief. Over lichtglooiend terrein vervolgen we onze weg naar het zuidoosten. Op een gegeven moment passeren we daarbij de grens tussen Thuringen en Beieren, oftewel tussen het voormalige Oost- en West-Duitsland. Bij de grens staat een groot bord om die grens te markeren.
Duitsland is al zevenendertig jaar weer herenigd, maar toch is er nog wel een duidelijk verschil tussen Oost- en West-Duitsland. Niet alleen wat betreft de gebouwde omgeving (al wordt dat wel steeds minder), maar vooral wat betreft de mentaliteit van de mensen. Nu moet je altijd voorzichtig zijn om te generaliseren, maar we kunnen ons toch niet aan de indruk onttrekken dat ze minder open, minder vriendelijk en ook wat minder vrolijk zijn, uitzonderingen daargelaten. En dat terwijl de jonge generatie slechts uit overlevering weet hoe het in de DDR van de Stasi was.
We zijn dan ook niet erg rouwig dat we na twee dagen het Oost-Duitse Thuringen weer verlaten en inwisselen voor het West-Duitse Beieren. In vergelijking met gisteren is de route meer afwisselend. Onderweg een paar leuke stadjes, zoals Bad Rodach en Coburg. Vooral het centrale plein van die laatste is zeer de moeite waard.
Terwijl we op een bankje om ons heen kijken, spreekt een passerende Amerikaan ons aan en wijst op onze fietsen. Elektrisch? Nee hoor, alles op eigen kracht. En rijden we soms samen met die twee vrouwen die een bankje verderop zitten? Ook niet. Hij vertrouwt ons toe dat hij vijfendertig jaar geleden ook lange fietstochten heeft gemaakt: coast-to-coast door de Verenigde Staten en daarna via Canada weer terug. Wij vertellen dat wij al vijfendertig jaar elk jaar een fietstocht maken en dat we dat zo lang mogelijk willen blijven doen. Daar heeft hij niet van terug. Hij neemt afscheid en voegt zich bij zijn vrouw, die intussen al aan de andere kant van het plein is aangekomen.
De vrouwen naast ons komen uit Nederland en zijn net als wij onderweg naar Praag. Zij wel elektrisch. Voor vandaag zijn ze op weg naar dezelfde camping, dus die zien we waarschijnlijk vanavond nog wel.
De camping van Lichtenfels ligt aan de oever van de Main. Vanaf onze tenten is het hooguit tien meter lopen naar het water. Een uur na ons melden zich ook de vrouwen die we eerder hebben ontmoet in Coburg.
Omdat we niet meer de jongsten zijn en fit moeten blijven, hebben Nanco en ik afgesproken per dag slechts één glas bier te drinken. Om toch nog een beetje aan onze trekken te komen, mag dat dan wel een halve liter zijn. Meer kan, maar dan alleen alcoholvrij. Tot nu toe lukt het aardig om ons daaraan te houden. Vandaag drinken we het echte bier terwijl we voor een hevige regenbui schuilen onder het afdak bij de receptie. De flessen halen we uit een automaat vlakbij.
Even later voegt een stel Duitsers zich bij ons: moeder, zoon en vriendin van de zoon. Ze verblijven in een hotel iets verderop en zijn onderweg naar het meer iets voorbij de camping. Vanwege de regen komen ze hier even schuilen. We raken in een geanimeerd gesprek, waarbij ook het reeds gememoreerde verschil tussen Oost- en West-Duitsers ter sprake komt. De vrouw vertelt dat ze vroeger in Dresden heeft gewoond en in 1989 op het punt stond naar het westen te vluchten. De koffers waren al gepakt. Maar opeens was dat niet meer nodig, want de grens ging in november van dat jaar open. Ze heeft twee kinderen, waarvan de oudste, haar dochter, nog een Ost-kind is. Haar zoon is net na die Wende geboren en is dus een West-kind. Opmerkelijk dat ze dat zo benoemd. Ze vertelt dat veel mensen in Oost-Duitsland nog heimelijk terugverlangen naar de DDR-tijd. Pure nostalgie en gebaseerd op valse informatie, zelfs bij de jongere generatie. In haar werkzame leven als lerares heeft ze haar best gedaan hen te corrigeren, maar dat is maar ten dele gelukt. Volgens haar duurt het nog minstens een generatie totdat die misplaatste hang naar het verleden verdwenen is.
Na een uur houdt de regen op en zijn onze flessen al een tijdje leeg. Op advies van de vrouw gaan we eten in het hotel waar zij verblijven. We moeten dan vooral de varkensschouder proberen, die is daar ‘sehr gut’. We zullen er een alcoholvrij bier bij bestellen.
Donderdag 2 juli: Lichtenfels - Fichtelberg (82 km)
Vandaag zullen we de Main verder stroomopwaarts volgen tot aan zijn bron in het Fichtelgebergte. Omdat de route regelmatig het rivierdal verlaat, moet er af en toe stevig geklommen worden. Steeds niet erg lang, maar soms behoorlijk steil. Sommige gravelpaden zijn door de regen van gistermiddag zo zacht geworden, dat het alleen daardoor al extra zwaar fietsen is.
Zowel Nanco als ik worden onderweg herhaaldelijk gebeld vanwege problemen thuis. Zo zitten we aan de kant van de weg uitvoerig te delibereren over een verstopte afvoer bij Nanco en een storing in de automatische deuropener bij mij. Het gaat ten koste van het vakantiegevoel, maar dat is gelukkig snel hersteld zodra we weer over het volgende verlaten landweggetje rijden.
Tegen het middaguur herinnert een opkomend hongergevoel ons eraan dat het tijd wordt voor de lunch. We zoeken een plekje in de schaduw en vinden na nog eens een half uur fietsen een picknicktafel onder een boom. Er zit al iemand, maar nadat we vriendelijk hebben gevraagd of we erbij mogen, nemen we naast hem plaats. Wanneer we onze broodjes tevoorschijn halen, kijkt hij verwonderd naar het potje pindakaas. Is dat misschien honing? ‘Erdnusskäse? Nie davon gehört.’ Na wat koetjes en kalfjes raakt hij goed op dreef. Het is een gepensioneerde bouwvakker die hier pauzeert tijdens zijn dagelijkse wandelingetje. Hij loopt helemaal leeg over wat er volgens hem allemaal niet deugt in Duitsland en geeft vooral de overheid de schuld. Ambtenaren zouden minder belasting betalen en de pensioenen voor mensen zoals hij zijn veel te laag. En die euro is ook maar niks. ‘Wenn Strauss damals noch Bundeskanzler gewesen wäre, dann wäre die Euro gar nicht gekommen.’ Enzovoorts, und so weiter. Het kan niet lang meer duren, verzekert hij ons, of het volk komt in opstand. Wanneer ook zijn kwalen uitvoerig aan bod komen, is het voor ons tijd om weer op te stappen. De broodjes met pindakaas zijn dan net op.
Langzaam zien we het landschap veranderen. Geleidelijk wordt de rivier smaller en worden de omliggende heuvels hoger. Het Fichtelgebergte nadert onmiskenbaar. Bij de samenvloeiing van de Witte en Rode Main volgen we verder de Witte, die hier niet meer is dan een dun stroompje. Via een fietspad over een voormalige spoorlijn winnen we geleidelijk steeds meer aan hoogte. Het laatste stuk gaat door de bossen over gravelpaden. De camping voor vandaag ligt bij de Fichtelsee op een hoogte van ongeveer achthonderd meter. In eerste instantie kunnen we die niet vinden, maar het blijkt dat die iets verder weg ligt.
’s Avonds eten we in een restaurant aan de overkant van het meer. Via een brug kunnen we daarheen lopen. Met een steeds lager zakkende zon is het een idyllisch plekje. Eenmaal terug op de camping worden we gevisiteerd door honderden kleine mugjes. Hoewel die naar mijn weten niet steken, zoals normale muggen, smeer ik me voor de zekerheid toch maar in met muggenspray. Irritant zijn ze wel, vooral omdat ze voortdurend in je neus en oren willen kruipen.
Vrijdag 3 juli: Fichtelberg - Cheb (62 km)
Ik word wakker met talloze jeukbulten op mijn hoofd, armen en benen. Dat zullen dan toch die muggen van gisteravond geweest zijn. Ook vanochtend zijn ze weer in grote getale aanwezig. Onze campingburen zie ik voortdurend slaande bewegingen maken, in een poging de muggen op afstand te houden.
Bij vertrek blijkt dat de camping ook bereikbaar is via een asfaltweg. Logisch natuurlijk, want hoe zouden anders al die caravans en campers naar boven moeten komen. Alleen was dat gisteren voor ons geen optie geweest, tenzij we een grote omweg hadden gemaakt. Via overwegend verharde wegen dalen we weer af, eerst snel en later geleidelijk, en verlaten zo weer het Fichtelgebergte. Ook hier rijden we weer geruime tijd over een voormalige spoorlijn, door de bossen en langs een riviertje. Spiegelbeeldig dus aan gisteren, met dit verschil dat het riviertje nu met ons mee stroomt en een andere naam heeft (Fichtelnaab).
Na de koffiestop is het niet ver meer tot de grens met Tsjechië. In Duitsland is de Praagroute ons tot dusverre goed bevallen. Slechts incidenteel hebben we over een drukke weg hoeven te rijden. Een groot deel verliep zelfs over fietspaden of rustige boerenweggetjes, waarbij gravelpaden niet werden geschuwd. Maar daar zijn onze fietsen wel op berekend. We zijn benieuwd hoe dat in Tsjechië zal zijn. De eerste kilometers gaan over een mooi geasfalteerd fietspad. Daarna moeten we echter over een drukke weg, waarvan één baan ook nog eens is afgezet vanwege de aanleg van een fietspad. Op zich verheugend, maar voor ons komt dat fietspad dus te laat. Gelukkig duurt het niet al te lang voordat we aankomen in Cheb, de eerste Tsjechische stad op onze route.
Cheb heeft een mooi centrum. Vooral het centrale plein ziet er prachtig uit, met fraai bewerkte gevels in diverse pasteltinten. Ruim een uur brengen we er door, eerst zittend op een terras met een glas bier (‘nealkoholni’) en daarna wandelend met de fotocamera in aanslag.
Eénentwintig jaar geleden zijn we ook al eens in Cheb geweest. Dat was toen het startpunt van een fietstocht door Tsjechië en Slowakije. Op een camping enkele kilometers voorbij Cheb konden we de auto twee weken laten staan. Op diezelfde camping zullen we ook nu overnachten. De entree komt ons bekend voor. In plaats van een vriendelijke jonge vrouw worden we bij de receptie nu ontvangen door een norse man van middelbare leeftijd. De camping is overvol, maar hij zegt dat we onze tenten wel naast een witte boom aan de bosrand kunnen opzetten. Hij neemt niet de moeite om de plek aan te wijzen; met deze vage aanwijzing zullen we het moeten doen. Er staan meerdere berken aan de bosrand, maar we nemen aan dat hij de grootste bedoelt. Direct daarnaast is de grond in onze ogen ongeschikt, omdat die nogal schuin afloopt. Daarom vatten we het begrip ‘naast’ wat ruimer op en installeren we ons iets verderop langs de bosrand.
Uren later komt de campingbeheerder langs en sommeert ons daar weg te gaan, want die plaats is gereserveerd. Hij verwijst ons weer naar die witte boom, of anders maar aan de overkant van de sloot in het bos. Daar is de ondergrond ook bepaald niet vlak, maar het lukt ons een plekje te vinden dat niet al te schuin is.
Wanneer we ’s avonds van het campingrestaurant terugkomen en thee willen zetten, wijst een buurvrouw ons erop dat er achter onze rug een wild zwijn loopt. Het snuffelt wat in het gras, waarschijnlijk op zoek naar eikels. We schrikken ons een hoedje, maar het dier trekt zich daar niets van aan. Even later komt het nog eens langs, nu met een stel kinderen en hun ouders in zijn kielzog. Die kinderen zijn totaal niet bang en proberen het zwijn zelfs te voeren. Ik ben er minder gerust op en zoek op internet of zo’n dier gevaarlijk kan zijn. Dat blijkt het geval: geadviseerd wordt om minstens dertig meter afstand te houden. Bovendien zijn wilde zwijnen vooral ’s avonds en aan het begin van de nacht actief. Mijn hoop om gerustgesteld te worden blijkt ijdel; ik moet serieus vrezen voor mijn nachtrust. Wat is wijsheid: zonder oordopjes slapen, zodat ik elk verdacht geluid hoor, of juist met, als een struisvogel die zijn kop in het zand steekt?
Zaterdag 4 juli: Cheb – Konstantinovy Lazne (63 km)
Wanneer ik wakker word is mijn eerste gedachte dat ik nog leef, ook niet gewond ben en dat de tent nog heel is. Van het wilde zwijn heb ik afgelopen nacht niets meer gemerkt. Het was dus een goede beslissing om toch maar de oordopjes in te doen.
Om weer op de route te komen volgen we een onverhard pad langs de oever van het meer. Te oordelen aan het hoge gras wordt hier niet veel gefietst. Eenmaal terug op de route blijkt dat het beeld dat we gisteren hadden van het Tsjechische deel van de Praagroute (langs die drukke weg) niet representatief was. Net als in Duitsland rijden we weer overwegend over rustige wegen. We fietsen veel door de bossen en komen slechts af en toe door een gehucht of dorp. We zijn dan ook aangenaam verrast wanneer we in de buurt van Tepla ineens een kloostercomplex tegenkomen, waar je ook nog eens vrijelijk de binnenplaats op kunt rijden.
Nanco laat zich de kans niet ontnemen het ook aanwezige kerkje van binnen te bekijken. Bij binnenkomst komt hij bijna ten val, omdat direct na de deuropening een trap naar beneden loopt. Komend van buiten is die in het halfdonker nauwelijks te zien. Het doet hem denken aan een valpartij vorig jaar, waarbij hij zijn schouder brak. De consequentie daarvan was onder andere dat onze jaarlijkse fietstocht toen niet door kon gaan. Anders hadden we hier waarschijnlijk vorig jaar al gefietst (en nu dus ergens anders). Hij is blij dat hij na een jaar revalideren weer in staat is een meerdaagse fietstocht met de nodige hoogtemeters te maken.
Voordat we aan deze fietstocht begonnen, hebben we gedacht dat de etappe van gisteren naar het Fichtelgebergte het zwaarst zou zijn. Vandaag blijkt dat we ons daarin hebben vergist. Het hoogste punt van vandaag ligt weliswaar iets lager dan dat van gisteren, maar waar de beklimming van het Fichtelgebergte vrij geleidelijk verliep via het dal van de (Witte) Main is het terrein vandaag behoorlijk geaccidenteerd. Met andere woorden, het gaat voortdurend op en neer. Vlakke stukken zijn er ook wel, maar slechts sporadisch.
In vergelijking met Duitsland is het minder dichtbevolkt. Ook het landschap ziet er wat minder aangeharkt en daarmee natuurlijker uit. Het is hetzelfde contrast dat opvalt wanneer je van Duitsland naar Frankrijk rijdt. Mijn voorkeur gaat dan toch meer uit naar dat wat rommelige van Tsjechië en Frankrijk.
Door de aanwezigheid van tal van minerale bronnen zijn er diverse kuuroorden in Bohemen ontstaan. De bekendste zijn wel Karlovy Vary en Marianske Lazne. Vandaag komen we onder andere door die laatste plaats. We verwachten hier een mooi historisch centrum aan te treffen, maar dat valt tegen. Het blijkt een mondaine stad met protserige gebouwen, waaronder veel hotels. Op een markt kopen we onze lunch bij elkaar (waaronder een Boheemse salamiworst) en werken die op een bankje naar binnen.
We eindigen de dag in Konstantinovi Lazne, ook een kuuroord. Evenals in Cheb staat ook hier de camping stampvol. Men werkt niet met plaatsnummers; iedereen moet zelf maar een plekje zien te vinden. Het voordeel is dat we niet opnieuw kunnen worden weggestuurd. Scheerlijn aan scheerlijn staan tenten en caravans naast elkaar. Onze campingburen zijn niet blij wanneer ze bij terugkomst op enkele meters van hun tent onze tenten aantreffen. Hun koele reactie smoort elke behoefte aan een praatje in de kiem. Tegen etenstijd drijft de rook van hun barbecue regelrecht mijn tent binnen. Ik haast me om de tent dicht te trekken en kijk daarbij enigszins geërgerd naar de buurman. Het maakt de verstandhouding er niet beter op.
Zondag 5 juli: Konstantinovy Lazne - Komarov (91 km)
We zijn blij dat we deze camping vandaag weer kunnen verlaten. Tot ruim na elf uur gisteravond hield het rumoer van een gezelschap Tsjechen me uit de slaap, dwars door de oordopjes heen. Vanaf gistermiddag waren ze al bezig onder hun partytent. Naarmate de tijd verstreek en de drank zich in hen ophoopte werd dat alleen maar erger. Op een gegeven moment begon men zelfs aan een soort karaoke, waarbij iemand via een geluidsinstallatie meende de rest van de camping te kunnen vermaken.
Het eerste deel van de dag verloopt in overwegend dalende lijn, met regelmatig prachtige weidse uitzichten. De wolkenluchten daarboven maken het plaatje compleet. Met ook nog eens een stevige rugwind schiet het lekker op.
Dat brengt ons uiteindelijk naar het lagergelegen Pilzen. We naderen de stad vanaf de noordwestkant via een fietspad langs de rivier. De skyline wordt gedomineerd door torenflats en industriegebouwen. Vanaf het fietspad zien we onder andere de fabriekshallen van Skoda liggen. Op het centrale plein drinken we een kop koffie, met uitzicht op de kathedraal. Alleen jammer dat die net in steigers staat. Desondanks is de rest toch nog wel het aanzien waard.
Na Pilzen rijden we verder in oostelijke richting. De route voert ons door een bosrijk landschap en gaat geleidelijk weer omhoog. Lange tijd kunnen we een riviertje blijven volgen, vaak over vrijliggende fietspaden. Regelmatig wordt het rivierdal verlaten, waardoor we even een stukje moeten klimmen. Vaak zijn dat ook net de onverharde gedeelten. We hadden het ons een stuk gemakkelijker kunnen maken door de doorgaande wegen te blijven volgen, maar dit is natuurlijk veel leuker. Die doorgaande asfaltwegen volgen we het laatste stuk wel, wanneer we weer naar beneden gaan. Met snelheden van boven de dertig kilometer per uur leggen we zo de laatste tien kilometer af. Ook erg leuk.
Bij gebrek aan campings in deze contreien hebben we voor vannacht een appartement geboekt. Daar zijn we niet echt rouwig om. Na twee wat mindere ervaringen hebben we het wel even gehad met de campings hier in Tsjechië. Ons appartement ligt op de zolderverdieping. Het is er vrij warm, dus het eerste dat we doen is de dakramen openzetten. Die zitten te hoog om naar buiten te kunnen kijken. Het geeft een nogal opgesloten gevoel. Dan is zo’n overvolle Tsjechische camping bij nader inzien toch leuker. Voor vannacht zullen we het hier echter mee moeten doen. Op zoek naar een geopend restaurant zoeken we het halve dorp af, om te eindigen bij de supermarkt vlak bij ons appartement. Daar kopen we de ingrediënten voor een eenvoudige pastamaaltijd en een paar flessen bier.
Maandag 6 juli: Komarov – Praag (61 km)
In tegenstelling tot gisteren is het vandaag bewolkt. Halverwege komen we de Berounka weer tegen. Gisteren hebben we die bij Pilzen ook al gezien. Vanaf dat punt volgen we de rivier verder stroomafwaarts, tot aan het punt waar die uitmondt in de Moldau. Daarna is het nog maar een klein stukje naar Praag. Vrijwel overal kunnen we over fietspaden langs het water blijven rijden. Een enkele maal moeten we daarbij de rivier oversteken, zoals bij een spoorbrug. Het is daar zo smal, dat we er vanwege de tegenliggers moeten lopen.
Naarmate we dichter bij Praag komen, wordt het drukker op het fietspad. Enkele kilometers voor het centrum stoppen we bij de camping, die op een eilandje in de rivier ligt. Na zeven dagen en 532 kilometer hebben we dus ons eerste doel bereikt. Hier blijven we twee nachten om de stad te bekijken. Omdat het nog vroeg is, nemen we de tijd om ons te installeren. Dankzij de wasmachine kunnen we eindelijk onze kleren eens goed wassen.
Aan het einde van de middag lopen we naar de steiger van de veerpont die ons naar de wal zal brengen. Daar zullen we de tram naar het centrum nemen. Bij de receptioniste van de camping informeer ik waar we kaartjes kunnen kopen. Het blijkt dat mensen ouder dan vijfenzestig in Praag gratis mogen reizen met het openbaar vervoer. Dat geldt ook voor de veerpont. De schipper gelooft ons niet meteen, maar nadat we onze paspoorten hebben laten zien mogen we aan boord.
Morgen zullen we de stad uitvoerig bekijken, voor nu houden we het bij een korte wandeling door de oude stad (‘Staré Město’). We komen daarbij onvermijdelijk terecht op het centrale plein, met in een zijstraat daarvan het wereldberoemde astronomisch uurwerk. Daar hebben zich honderden mensen verzameld, die allemaal naar de luiken boven het uurwerk staan te turen. Om precies zeven uur zullen die luiken zich openen, waarna als in een carrousel op de kermis de twaalf apostelen zich even laten zien. Mijn interesse gaat vooral uit naar de werking van het uurwerk, met name dan wat daarop af te lezen valt. Vooralsnog kan ik er geen systeem in herkennen, maar ik neem me voor het thuis eens grondig uit te zoeken. Het is overal gezellig druk op straat en de meeste terrassen zijn dan ook overvol. Op het wat verderop gelegen Wenceslausplein is het een stuk rustiger. Dit plein is vooral beroemd geworden vanwege de Fluwelen Revolutie in 1989, wat het einde inluidde van het communistisch tijdperk.
Dinsdag 7 juli: Praag (rustdag)
De eerste keer dat ik Praag bezocht was ruim veertig jaar geleden, dus in de tijd dat het IJzeren Gordijn nog tussen Oost- en West-Europa hing. De historische gebouwen stonden er toen uiteraard al, maar het was alsof er een grauwsluier over de stad hing.
De tweede keer was begin jaren negentig, dus vlak na beëindiging van de Koude Oorlog. Het IJzeren Gordijn was weggeschoven en ook de grauwsluier was grotendeels verdwenen. En waar Tsjechië voorheen tot Oost-Europa werd gerekend, lag het toen ineens in Midden-Europa. Een entiteit waar tijdens de gepolariseerde Koude Oorlog slechts zelden aan gerefereerd werd.
Tegenwoordig is Praag een bruisende stad, die zich mag verheugen op een buitengewone belangstelling van toeristen uit alle delen van de wereld. Hoewel, verheugen, ik kan me voorstellen dat de inwoners van Praag het in toenemende mate als overlast ervaren. Hoe dan ook, het blijft een prachtige stad waar je je prima een dag kunt vermaken. Met meer dan twintigduizend stappen op de stappenteller kun je echter moeilijk spreken van een rustdag.
Nanco en ik gaan vandaag afzonderlijk op pad. Na de oversteek met de veerpont loop ik langs de Moldau naar het centrum. De Praagse Burcht, die op de andere oever hoog boven de rivier uitsteekt, zie ik daarbij steeds dichterbij komen. Op de beroemde Karelsbrug is het ongelofelijk druk. Voordat ik de brug oversteek, maak ik eerst nog een wandeling door de oude stad voor een lunch en een paar koelkastmagneetjes. Het is maar goed dat Nanco er niet bij is, anders krijg ik weer de vraag of het niet zo onderhand tijd wordt voor een grotere koelkast, gezien de collectie die er al hangt.
Het is nog een aardige klim naar de Praagse Burcht en aanpalende gebouwen. Net als de vorige keren staan daar bij een poort twee bewakers onbeweeglijk voor zich uit te kijken. Ik wacht deze keer echter niet tot ze worden afgewisseld door hun collega’s. Bij één van de kerken kom ik bij toeval Nanco weer tegen. Hij loopt daar net naar buiten en is erg enthousiast over wat hij allemaal gezien heeft. Hij is bijna klaar hierboven en zal daarom straks weer naar beneden gaan. Ik blijf echter nog even. Ik bezoek onder andere nog een kerk (de Sint-Jorisbasiliek, met een standbeeld van Sint-Joris ernaast, inclusief draak) en het Gouden Straatje (zo genoemd, omdat onder de kasteelbedienden die hier vroeger woonden veel goudsmeden waren). Via een andere route loop ik weer naar beneden, wat me nog weer een ander perspectief op de stad biedt.
Aan het einde van de middag ontmoet ik Nanco weer op een terras tegenover het geboortehuis van Franz Kafka. Nanco zou Nanco niet zijn als hij niet weer eens een cultureel uitje heeft georganiseerd. Het is een concert met muziek van diverse beroemde componisten (onder andere Vivaldi, Mozart, Dvorak en Smetana – de laatste twee hebben een Praags verleden; beide liggen op een begraafplaats aan de zuidkant van de stad, niet ver van onze camping). Na het avondeten lopen we naar de kerk waar het concert wordt gegeven. Het is alleszins de moeite waard.
Wanneer we weer met de veerpont terugvaren naar de camping, stappen we per ongeluk uit aan de andere oever van de Moldau in plaats van op het eiland. In eerste instantie hebben we dat echter niet in de gaten. Pas wanneer de camping langer op zich laat wachten dan we gewend zijn, beginnen we beter om ons heen te kijken. Zoveel bomen stonden er toch niet langs dit pad? En waar blijft dat terras trouwens waar we nog een glas bier wilden drinken? Door de bomen heen zien we de rivier met daarachter het eiland. Dan pas komt het besef dat we verkeerd zitten. We lopen weer terug naar de steiger en wachten vervolgens tot de veerboot weer langskomt. Gelukkig duurt dat niet al te lang. Even later zitten we dan alsnog met een fles bier op het terras.
Woensdag 8 juli: Praag – Roudnice nad Labem (89 km)
De Praagroute die we vanaf Eisenach hebben gevolgd, eindigt logischerwijs in Praag. Dat betekent echter nog niet dat we ook klaar zijn met fietsen. Langs de Moldau verlaten we de stad weer in noordelijke richting. Vanaf de monding met de Elbe zullen we verder die rivier volgen tot aan Dresden. Volgens plan komen we daar dan overmorgen aan.
De gehele dag staat er een stevige noordwestenwind. Die hebben we dus overwegend tegen. Op een heuvel in het begin na is het vrijwel vlak en daarmee ook wel eentonig, temeer omdat we ook nauwelijks stadjes tegenkomen. Kop over kop beuken we tegen de wind in, slechts af en toe onderbroken door een fotostop of plaspauze.
Ongeveer halverwege komen we het eerste geopende terras tegen, tijd voor een kop koffie. Het is bij het treinstation van Nelahozeves. Aan de overkant van de weg blijkt het geboortehuis van Dvorák te liggen, wat een toeval. Gisteravond zijn we net naar een concert geweest waar onder andere muziek van hem werd uitgevoerd.
Pas wanneer de rivier naar het zuidwesten afbuigt zijn we eindelijk af van die wind. Daar ook pas komen we weer eens een terras tegen. Dankbaar nemen we plaats in de schaduw en bestellen een fles alcoholvrij bier. Een paar tafels verderop zitten twee andere fietsers, voor de rest is het terras leeg. De barkeeper zit in de bar aan de overkant van het fietspad rustig naar een video te kijken. We zitten er nog maar net, of er stopt een groep van een stuk vijftien senioren op e-bikes. Even hiervoor hebben we hen al uit een Oostenrijkse bus zien stappen. Na een lange busreis is dit voor hen kennelijk het eerste terras dat ze tegenkomen. Een gouden kans voor de barkeeper om zijn omzet voor vandaag aanzienlijk te verhogen. Tot onze verbazing wuift hij de groep echter weg en draait zich vervolgens weer om naar zijn beeldscherm.
De camping van Roudnice nad Labem (nad Labem betekent aan de Elbe, we zijn onderweg al meer plaatsen met die toevoeging tegengekomen) laat zich aanvankelijk moeilijk vinden. Dat komt omdat we na het oversteken van de brug via een steil pad het talud verlaten, in plaats van nog even door te fietsen over de normale weg. Op de camping staan veel kanovaarders en ook een paar andere fietsers. Dat kanovaren is hier kennelijk een populaire sport, onderweg hebben we ook al diverse kanovaarders gezien.
Voor een goed restaurant moeten we ’s avonds weer over de brug terug naar overkant. De weg is wegens een verbouwing afgezet voor het verkeer, maar voetgangers en fietsers kunnen we nog wel overheen. Tijdens het avondeten overleggen we over hoe morgen verder te gaan. Vandaag was een nogal saaie dag en met die wind erbij was het ook niet erg leuk. Het vooruitzicht om nog twee dagen langs de Elbe te fietsen is dan ook weinig aanlokkelijk. We kunnen morgen natuurlijk ook op de trein stappen; dan hebben we bovendien meer tijd om Dresden te bekijken. Wanneer Irina later op de avond meldt dat ze haar hand verbrand heeft, is de beslissing snel genomen. Morgen nemen we de trein naar Dresden. In plaats van zaterdag zullen we dan al vrijdag thuis kunnen zijn.
Donderdag 9 juli: Roudnice nad Labem - Dresden
We zijn van plan de trein van kwart voor negen te nemen. Voordat we naar het station gaan, maken we eerst onze laatste Tsjechische kronen op voor een kop koffie in het centrum. De treinkaartjes rekenen we straks wel af met een bankpas. Volgens de lokettiste is de eerste mogelijkheid om met de fiets naar Dresden te reizen pas om kwart voor tien. We moeten dan wel twee keer overstappen, in Děčín en Bad Schandau.
Met enige vertraging komt de trein aan in Děčín, waardoor we net onze aansluiting missen. De eerstvolgende trein gaat pas over twee uren. Nanco stelt voor de vijfentwintig kilometer naar Bad Schandau dan maar te fietsen, maar daar heb ik weinig zin in. Het centrum van Děčín stelt niet veel voor. Met moeite vinden we een café waar we koffie kunnen drinken. Zowaar kunnen we nog genoeg kronen bij elkaar schrapen om dat te betalen, maar een stuk gebak kan er helaas niet meer vanaf. In Děčín nemen we definitief afscheid van Tsjechië en hoe kan dat beter dan in een vensterbank samen met buurman en buurman.
Hierna wordt het landschappelijk gezien bijzonder mooi. De Elbe zoekt zich hier al meanderend een weg door het berggebied op de grens van Tsjechië en Duitsland. Aan de Duitse kant wordt dit de Sächsische Schweiz genoemd. Toch ergens wel jammer dat we dit stuk niet met de fiets doen, maar vanuit de trein kunnen we er ook wel van genieten.
Ook in Bad Schandau komt de trein te laat aan, maar gelukkig is de aansluitende trein naar Dresden blijven wachten. Massaal steken de meeste passagiers het perron over en stappen in de gereedstaande trein. Met moeite lukt het ons een plaatsje voor de fietsen te vinden, maar uiteindelijk past het allemaal net.
In Dresden hebben we een hotelkamer geboekt vlak naast het station. Bij het inchecken blijkt dat ik per ongeluk gereserveerd heb voor morgen, maar gelukkig is dat snel rechtgezet. Daarna hebben we de rest van de middag en de avond om de stad te bekijken.
Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog is Dresden getroffen door een zwaar bombardement van de geallieerden. Daarbij vielen naar schatting vijfentwintigduizend doden en werd een groot deel van de historische binnenstad weggevaagd. Op zoek naar datgene wat daar nog van is overgebleven, passeren we eerst brede winkelboulevards en pleinen met voornamelijk naoorlogse bebouwing. Het doet me sterk aan Rotterdam denken, ook een stad die gebombardeerd is geweest. Slechts af en toe staat er een gebouw tussen dat enigszins historisch aandoet, maar dat kan ook het gevolg zijn van een restauratie.
Dichter bij de Elbe, dus op de plaats van de oude binnenstad, staan meer historische gebouwen, veel meer zelfs dan ik van tevoren gedacht heb. Ook hier zullen wel de nodige restauraties zijn uitgevoerd, maar dat is er vaak niet aan af te zien. Wellicht is dit deel van de binnenstad toch enigszins ontzien bij het bombardement. Het is al met al zeer indrukwekkend, niet alleen vanwege de schoonheid van de gebouwen, maar ook en vooral door het besef wat hier ruim tachtig jaar geleden heeft plaatsgevonden.
Vrijdag 10 juli: terugreis
Vandaag wordt het een lange reisdag. Met de trein rijden we eerst naar Eisenach, een rit van ongeveer vijf uren. Onderweg moeten we twee keer overstappen, maar vanwege de ruime overstaptijden gaat deze keer alles goed. Samen met een man en zijn twee zoontjes stappen we even na acht uur op de trein. Zij staan nog aan het begin van hun fietsvakantie. De oudste schat ik op een jaar of elf, terwijl de jongste misschien acht is. Met de trein rijden ze een kleine tweehonderd kilometer naar het westen en willen dan in drie dagen weer terugfietsen naar Dresden, zo’n zestig kilometer per dag. Ik zal dat Alex, mijn kleinzoon van negen, eens vertellen, misschien lijkt hem dat ook wel wat. Omdat we met ons Deutschlandticket pas na negen uur mogen reizen, moeten we van de conductrice nog dertig euro bij betalen. Dat hebben we er graag voor over, gezien de tijdswinst die het vroege vertrek ons oplevert.
In Eisenach moeten we eerst nog tien kilometer fietsen naar de camping. We doen er bijna een uur over, want daarvoor moeten we nog een flinke heuvel over. Nadat we de spullen in de auto geladen hebben, rijden we even na drieën weg. Zes uren later zet ik Nanco af bij het station van Arnhem. Daar pakt hij de trein naar Zwolle, waar zijn zoon Niek hem met de auto ophaalt. Tussen Zwolle en Hoogeveen rijden vandaag namelijk geen treinen.